Wat je wegdrukt, blijft.

David Buirs Leadership Coach

Emoties in leiderschap: aantekeningen van een hyper-rationalist in herstel

Dit artikel van David Buirs, leadership en executive coach in Amsterdam, gaat over omgaan met emoties op het werk. Hij legt uit waarom onderdrukte gevoelens blijven terugkomen, hoe lichaamsbewustzijn helpt bij het reguleren van stress, en welke twee dagelijkse gewoontes leidinggevenden helpen om eerder te voelen wat er speelt.

Het grootste deel van mijn werkende leven behandelde ik emoties als achtergrondruis. Ik was de rationele. Degene die dingen oploste met logica en gevoelens netjes buiten de deur hield. Vroeg je me wat ik voelde na een lastig gesprek, dan kreeg je een analyse van het gesprek terug. Ik zou de vraag oprecht niet hebben begrepen.

Het duurde lang voor ik zag wat me dat kostte. Omgaan met emoties op het werk klonk toen als advies voor andere mensen. Dit is het stuk dat ik toen graag aangereikt had gekregen. Geschreven op een manier die mijn toenmalige, puur logische brein zou snappen.

Je bent vaker gespannen dan je doorhebt

We dragen kleine pieken van spanning door een gewone dag heen. Tientallen per dag. Je opent je laptop en ziet een volle agenda, en je schouders trekken omhoog. Je ziet een bepaalde naam in je inbox en je ademhaling wordt oppervlakkig. Niks dramatisch. Het meeste blijft onder de radar, omdat niemand ons geleerd heeft te kijken. En wat je niet opmerkt, daar kun je niets mee.

Stress is een lichamelijk gebeuren. Ademhaling hoog in de borst, een licht gespannen kaak, een knoop in je maag. Vang het terwijl het nog klein is en je hebt middelen die echt werken. Een paar langzame ademhalingen zetten het kalmerende deel van je zenuwstelsel aan. Je kaak en schouders laten zakken vertelt je brein dat het gevaar voorbij is.

Het hangt allemaal af van het voelen van die spanning in de eerste plaats. Lichaamsbewustzijn is de aanknop voor elke regulatietechniek waar je ooit over gelezen hebt.

Waarom dit een echt voordeel is voor leiders

Omgaan met emoties op het werk is zo'n vaardigheid die onzichtbaar blijft tot er druk komt. Je vermogen om leiding te geven laat zich zien onder druk. Strakke deadlines. Tegenvallende resultaten. Verhitte gesprekken waarin één scherpe reactie je weken van iemands vertrouwen kost.

Onbeheerde stress vernauwt je denken precies wanneer je de meeste ruimte nodig hebt. Het laat je overal dreiging lezen, zodat een neutrale mail aanvoelt als een aanval. Het verkort je geduld met de mensen die je naast je nodig hebt. Een leider die die druk voelt oplopen, en hem bewust naar beneden brengt, neemt schonere beslissingen en blijft voorspelbaarder. Die voorspelbaarheid is grotendeels wat mensen bedoelen als ze iemand stabiel noemen.

Je toestand verspreidt zich ook. Loop een ruimte binnen vol spanning zonder dat je het doorhebt, en de ruimte spant met je mee. Loop ontspannen en op je gemak binnen, en je kalme aanwezigheid verspreidt zich over de ruimte.

Verbinding loopt via dezelfde bedrading

Je kunt een ander alleen zo ver ontmoeten als je jezelf kunt ontmoeten.

Gemiddeld blijven vrouwen meer in contact met hun emoties dan mannen. Dat geeft ze een voorsprong op iets dat elke leider nodig heeft. Weten wat er in je beweegt terwijl het gebeurt, en het gebruiken als informatie.

Neem boosheid, de emotie die ik het meest miste. Je kunt oprecht boos zijn op iemand zonder dat je het doorhebt. Het gesprek eindigt, je gaat door, en de spanning zit in je schouders en je borst. Op de plekken waar je nooit kijkt. Die spanning was een bericht. Vaak betekent het dat iemand over een grens ging die er voor jou toe doet. Voel het op het moment zelf en je kunt het benoemen, de grens bewaken, het netjes afhandelen. Mis het en je sleept het mee. Drie uur later lekt het zijwaarts naar iemand die er niets mee te maken had.

Waarom zware gevoelens juist wegebben, en dit is het deel waar ik het langst tegen vocht

Ik ging er vroeger van uit dat jezelf boosheid of verdriet laten voelen alleen maar meer ervan opleverde. Het omgekeerde bleek het geval.

Een lastige emotie is een aangeleerde verbinding in je zenuwstelsel. Deze trigger betekent gevaar, schrap je. Die verbinding verzwakt alleen als je systeem nieuw bewijs verzamelt. De ervaring van de trigger ontmoeten, erbij blijven, en merken dat er niets vreselijks gebeurt. Het gevoel wegduwen zorgt ervoor dat dat bewijs nooit binnenkomt. De verbinding blijft intact en vuurt de volgende keer opnieuw, vaak harder.

Meestal onderdrukken we zonder dat we het doorhebben. Het draait vanzelf, onder de oppervlakte. De manier om het te verzwakken is de emotie betrappen terwijl die gebeurt. Door eerst de lichamelijke sensaties op te merken waarmee alle emoties zich aandienen. Dus als je die boosheid voelt, blijf je erbij in plaats van hem weg te duwen. Doe dat een handvol keer en hij verliest zijn greep. De lading loopt langzaam uit hem weg. Dit is het principe waar exposure-therapie op gebouwd is, een van de meest betrouwbare bevindingen in de psychologie. Een gevoel vermijden houdt het in leven. Het ontmoeten laat het na verloop van tijd oplossen.

De strandbal is de alledaagse versie. Houd er een onder water en hij duwt de hele tijd terug. Het moment dat je aandacht verslapt, komt hij omhoog. Hem onder houden was nooit gratis. Een extreem voorbeeld hiervan is burn-out. Als stress te lang onopgemerkt of onbeheerd blijft, kan het lichaam soms besluiten af te slaan als beschermingsmechanisme.

Beter worden in het voelen van je emoties heeft een groot voordeel. Je voelt de positieve ook sterker, vooral vreugde. En je voelt je meer verbonden met anderen, omdat verbinding op emotie gebouwd is.

Hoe je echt begint

Simpeler dan het klinkt, langzamer dan je zou willen. Twee kleine gewoontes.

Eén. Check een paar keer per dag in met je lichaam. Spanning, warmte, een knoop, een dichtgeknepen keel. Je hoeft niets op te lossen. Je leert alleen voelen wat er is.

Twee. Geef het een naam. Begin met de zes basale: boosheid, angst, verdriet, vreugde, walging, verrassing. Maak je geen zorgen over het exacte woord. Het vaak doen is wat telt.

Doe dit genoeg en de signalen komen eerder binnen. Tegenwoordig voel ik een kleine prik op één plek in mijn borst en denk ik, ah, daar is boosheid, voordat mijn gedachten hebben bijgebeend. Een dichtgeknepen keel betekent meestal dat verdriet dichtbij is. Het zo vroeg betrappen is wat me een reactie laat kiezen in plaats van dat het me beïnvloedt zonder dat ik het doorheb.


Dit is een groot deel van waar we in coaching samen aan werken. We kijken naar wat je voelt onder druk, waar het in je lichaam zit, en hoe je het ontmoet in plaats van het de rest van de dag met je mee te dragen. Voor de meeste managers en teamleads begint dit werk bij management coaching. Voor leidinggevenden op directieniveau is coaching voor directeuren een logische verdieping.

Voor organisaties die hun managers dit teambreed willen laten ontwikkelen, brengt leiderschapstraining dezelfde aanpak in-company.

Geïnteresseerd of nieuwsgierig? Laten we kennismaken. Plan hier je gratis kennismaking. Vrijblijvend.

Executive communicatie verbeteren: waarom de zaal afhaakt.

David Buirs | Leadership Coach & Management Trainer

De zaal haakt af als de baas praat. Hier is waarom.

David Buirs is leadership en executive coach in Amsterdam. Dit artikel gaat over executive communicatie verbeteren voor leidinggevenden op directieniveau. Je leest hoe rust, context, vertaling naar je publiek en kwetsbaarheid bepalen of je boodschap landt.

Je kent je vak. Je hebt de cijfers. En toch zie je het gebeuren: de aandacht in de zaal zakt weg terwijl je praat.

Hoe hoger je komt, hoe zwaarder je woorden wegen. Eén zin van jou kan een team een week bezighouden. Of stilleggen.

De inhoud klopt meestal. De overdracht is waar het misgaat.

Rust is je sterkste signaal

Mensen lezen de 'staat' waarin je je bevindt voordat ze je woorden horen.

Praat je snel, dan voelt de zaal haast. Praat je rustig, dan voelt de zaal dat je de tijd hebt. Dat je in controle bent.

Praat langzamer dan natuurlijk voelt. Veel langzamer. Wat voor jou traag aanvoelt, klinkt voor de ander precies goed.

Gebruik stiltes. Een pauze na een belangrijke zin geeft mensen de tijd om hem te laten landen.

En varieer. In toon, in tempo, in volume. Een stem die de hele tijd hetzelfde klinkt, raakt mensen kwijt. Variatie houdt ze erbij.

Geef meer context dan je denkt nodig te hebben

Jij zit al maanden in dit dossier. Je team hoort het voor het eerst.

Dit heet de curse of knowledge. Hoe beter je iets kent, hoe moeilijker je je kunt voorstellen hoe het is om het nog niet te weten.

Je slaat stappen over. Je gebruikt afkortingen. Je begint midden in je eigen verhaal.

Geef daarom meer achtergrond dan logisch voelt. Vertel waar iets vandaan komt, waarom het er nu toe doet, en wat de volgende stap is. Wat voor jou vanzelfsprekend is, is dat voor de rest zelden.

Vertaal je boodschap naar hun wereld

Iedereen luistert naar dezelfde radiozender: WIIFM. What's in it for me.

Stel, je komt vol energie binnen met een plan om de winst per aandeel met vier procent te verhogen. Voor jou is dat groot nieuws. Voor de meeste mensen in de zaal betekent het weinig.

Vertaal het. Vier procent groei betekent ruimte voor nieuwe rollen. Meer kans op promotie. Misschien hogere salarissen. Uitdagender werk.

Dáár luisteren mensen wel naar.

Koppel wat je zegt altijd aan een hoger doel. En vertel meteen wat dat doel betekent voor de mens die naar je zit te luisteren.

Zenuwachtig? Verleg je aandacht

Zenuwen komen bijna altijd uit dezelfde bron. Je bent met jezelf bezig. Wat denken ze van me. Ga ik niet af.

Zolang je aandacht op jezelf zit, voeden de zenuwen zichzelf.

Verleg je aandacht naar de impact die je wilt maken. Wat wil je dat deze mensen straks meenemen? Waarom doet dat ertoe?

Op het moment dat je aandacht naar de boodschap gaat, zakken de zenuwen vanzelf.

Durf te zeggen dat je iets niet weet

Op directieniveau voelt twijfel al snel als zwakte. Dus doen veel leiders alsof ze overal een antwoord op hebben.

Mensen prikken daar doorheen. Bijna altijd.

"Dat weet ik niet, ik zoek het voor je uit" doet iets anders. Het laat zien dat je eerlijk bent. Dat je jezelf serieus neemt zonder jezelf groter te maken.

Wie kwetsbaar durft te zijn, komt vaak competenter over. Zekerheid die echt is, weegt zwaarder dan zekerheid die je speelt.

Zeg het vaker dan goed voelt

Je hebt je kernboodschap nu drie keer gedeeld. Je bent het zat. En precies dan begint het pas te landen bij de rest.

Leiders onderschatten hoe vaak een boodschap herhaald moet worden voordat hij blijft hangen. Wat voor jou eindeloze herhaling is, is voor je organisatie de eerste keer dat het echt binnenkomt.

Het begint bij jou

Goede communicatie volgt uit wie je bent als je voor de groep staat. Rustig, helder, en gericht op de ander.

Je leert dit in de praktijk. Door te oefenen, te struikelen, en jezelf te zien terwijl je het doet. In executive coaching werken we daar gericht aan. We kijken naar hoe je overkomt, oefenen met de gesprekken die ertoe doen, en zoeken naar de leider die jij wilt zijn als de zaal naar je luistert.

Wil je dit breder aanpakken binnen je organisatie, voor je hele managementlaag? Dan is een leiderschapstraject een logische stap.

Benieuwd of dit bij je past? Plan gerust een gratis kennismaking. Vrijblijvend.

Leiderschapsvaardigheden die AI Moeilijk Vervangt.

Leiderschapscoach Amsterdam | David Buirs

De leiderschapsvaardigheden die AI maar moeilijk vervangt

Leiderschapscoach en executive coach David Buirs, gevestigd in Amsterdam, onderzoekt welke menselijke leiderschapsvaardigheden het langst waardevol blijven nu AI meer taken overneemt en organisaties platter worden. Dit artikel behandelt verbinding, nieuwsgierigheid, aanwezigheid en coachen, met verwijzing naar onderzoek van Gallup en de Zelfbeschikkingstheorie.

De organisatiepiramide wordt platter. Hier is waarom.

Een marketing director had vroeger een heel team nodig. Iemand voor de campagnes. Iemand voor de copy. Iemand voor de rapportages. Iemand voor de tools. Diezelfde director werkt nu met vijf AI-agents tegelijkertijd. Eén monitort advertentieprestaties en past biedingen automatisch aan. Eén schrijft contentvariaties voor tests. Eén draait A-B tests met verschillende soorten content. Eén beheert de publicatieplanning.

Één persoon. Vijf autonome processen. De output van een team.

Dit gaat gebeuren in veel functies, in veel branches. Vooral bij kantoorbanen.

Dat verandert wat leiderschap betekent.

Als AI de voortgang meet, underperformance signaleert, 1-op-1's inplant en statusrapporten in seconden genereert, wat is er dan nog over voor een manager? Best veel. Maar de aard van het werk verandert volledig.

Wat overblijft, is bijna uitsluitend menselijk.


Verbinding bepaalt motivatie meer dan de meeste leidinggevenden beseffen.

Er is een goed onderbouwd model in de psychologie: de Zelfbeschikkingstheorie, ook wel Self-Determination Theory. Die identificeert drie kernmotoren van intrinsieke motivatie: autonomie, competentie en verbondenheid. Die laatste wordt het vaakst onderschat.

Verbondenheid betekent dat je je echt verbonden voelt met de mensen om je heen. Met je team. Met degene die jou leidt.

Onderzoek laat consistent zien dat mensen die een echte verbinding voelen met hun leidinggevende, meer gemotiveerd zijn, meer betrokken, en sneller een stap extra zetten. Mensen werken hard voor iemand die ze respecteren en door wie ze zich gezien voelen.

Een AI kan je check-in inplannen. Zorgen dat iemand het gevoel heeft dat jij oprecht geïnteresseerd bent in zijn of haar ontwikkeling, dat is een ander verhaal. Dat blijft tellen, ook als de tools steeds beter worden.


Nieuwsgierigheid betekent iets anders als het van een mens komt.

Een goede leidinggevende merkt dingen op. Ze pikken de toon van een teamlid op in een vergadering. Ze voelen dat er iets niet klopt voordat iemand het uitspreekt. Die aandacht komt voort uit oprechte interesse in mensen, en dat levert vragen op die anders landen.

AI genereert vragen vanuit patronen in data. Dat is nuttig. Maar een teamlid voelt het verschil tussen écht bevraagd worden en verwerkt worden. De één opent iets. De ander sluit het af.

Leidinggevenden die echte nieuwsgierigheid meebrengen, creëren iets wat geen dashboard kan: een cultuur waarin mensen het gevoel hebben dat ze de moeite waard zijn om te begrijpen. Dat is moeilijker te vervangen dan welke technische vaardigheid dan ook.


We zijn verschrikkelijk slecht geworden in focussen.

Wat in het Engels zo mooi 'presence' wordt genoemd, komt zelden terug in leiderschapsprogramma's: het vermogen om gewoon aanwezig te zijn bij iemand.

Notificaties hebben aanhoudende aandacht zeldzaam gemaakt. De meeste managers luisteren maar half in de meeste gesprekken. Fysiek aanwezig, mentaal ergens anders. Mensen voelen dat. Het holt verbinding sneller uit dan bijna alles.

Een oefening die ik leidinggevenden aanraad: ga tien minuten per dag zitten zonder iets te doen. Geen telefoon, geen podcast, geen taak. Gewoon zitten. Het klinkt triviaal. Het traint iets wat de aandachtseconomie stelselmatig afbreekt.

Een leidinggevende die iemand echt, voor een volledig gesprek, kan volgen zonder af te dwalen, is steeds zeldzamer. En steeds waardevoller.


Coachen wordt de kernrol van een leidinggevende.

Bijhouden of doelen op schema liggen, gemiste deadlines signaleren, feedbackcycli organiseren. AI doet dit al, en zal het steeds meer doen. De administratieve laag van management wordt dunner.

Gallup's State of the Global Workplace 2025-rapport, gebaseerd op onderzoek onder bijna een kwart miljoen werknemers in 160 landen, noemt drie acties om de betrokkenheidscrisis te keren. Coachen is de tweede. Leidinggevenden die getraind werden in coachingvaardigheden zagen hun eigen prestaties met 20 tot 28% verbeteren. Hun teams rapporteerden tot 18% hogere betrokkenheid. Je leest het volledige rapport op de website van Gallup.

Wat AI vooralsnog niet kan, is tegenover iemand zitten die vastloopt en helpen uitzoeken wat er werkelijk speelt. De juiste vraag stellen op het juiste moment. Ruimte houden voor het antwoord zonder de stilte te snel te vullen.

Dat is coachen. En het wordt de kern van het werk, niet een leuk extra.

Als gecertificeerd executive coach werk ik met senior leidinggevenden die precies dit willen ontwikkelen: een coachende leiderschapsstijl die vertrouwen opbouwt, eigenaarschap aanwakkert en de mensen om hen heen beter maakt. Het is een leerbare vaardigheid. Het vraagt oefening en de juiste omgeving. Leidinggevenden die er nu in investeren, lopen voor op een ontwikkeling die snel gaat.


Dit gaat over de lange termijn.

Een deel van wat nu uniek menselijk voelt, ziet er over vijf jaar anders uit. Taalmodellen worden steeds beter in het simuleren van empathie, nieuwsgierigheid en verbinding.

Maar echte menselijke verbinding, oprechte nieuwsgierigheid, gefocuste aanwezigheid en het vermogen om iemand door een moeilijk moment te coachen. Dat zijn de dingen die als laatste verdwijnen, als ze al verdwijnen. En ze nu opbouwen maakt je een betere leidinggevende, ongeacht wat de technologie verder doet.

De piramide is kleiner. De mensen die er nog in zitten, moeten echt goed zijn in de dingen die machines niet kunnen. Nog niet, in elk geval.


Als je hier als leidinggevende zelf mee aan de slag wilt, is management coaching of coaching voor directeuren een logische plek om te beginnen. Voor organisaties die een coachende cultuur willen opbouwen in hun managementlaag, is leiderschapstraining het gesprek waard. Plan een gratis kennismaking.

Omgaan met Underperformers | Zonder het Erger te Maken

Leiderschapscoach Amsterdam | David Buirs

Omgaan met underperformers (zonder het erger te maken)

David Buirs is leiderschaps- en executive coach in Amsterdam. Dit artikel beschrijft hoe je effectief omgaat met underperformers, met inzichten uit de psychologie en neurowetenschappen. Het behandelt het Golem-effect, het Pygmalion-effect, de rol van stress bij onderprestatie, en een praktische aanpak op basis van kleine stappen en positieve bekrachtiging.

Elk team heeft iemand die achterblijft. Als dat bij jou niet zo is, zijn je doelen waarschijnlijk te makkelijk.

Dat klinkt hard. Maar statistisch gezien is het gewoon hoe prestatie werkt. In elke groep mensen vind je een natuurlijke spreiding. Zo'n 10 tot 20 procent presteert structureel boven verwachting. Het grootste deel zit rond het gemiddelde. En een vergelijkbaar percentage worstelt. Dat is de normale verdeling van menselijke prestatie in complexe omgevingen.

De vraag is wat je ermee doet.

Het Golem-effect: hoe jouw verwachtingen het erger maken

Er is een goed onderzocht fenomeen in de psychologie dat het Golem-effect heet. Wanneer een manager verwacht dat iemand gaat onderpresteren, wordt die verwachting gecommuniceerd. Niet altijd in woorden. Soms via toon. Via de projecten die je toewijst. Via hoeveel autonomie je geeft. Via hoe vaak je incheckt.

De persoon aan de ontvangende kant pikt dat allemaal op. En er gebeurt iets voorspelbaars: ze gaan presteren in lijn met jouw lage verwachtingen. Ze haken af. Ze stoppen met initiatief nemen. Ze worden de underperformer die je al dacht dat ze waren.

Het Golem-effect is voor het eerst beschreven door psycholoog Robert Rosenthal. Dezelfde onderzoeker die het tegenovergestelde ontdekte: het Pygmalion-effect. Wanneer managers hoge verwachtingen uitspreken en oprecht geloven in iemands capaciteit, gaat de prestatie omhoog. Mensen groeien naar wat er van hen verwacht wordt.

In mijn jaren als manager heb ik dit effect keer op keer zien gebeuren. Destijds kende ik de term nog niet. Maar als ik nu terugkijk, herken ik het patroon glashelder. Bij mensen die ik vertrouwen gaf, ging de prestatie omhoog. Bij mensen over wie ik twijfelde, ging het de andere kant op. Zonder dat ik me bewust was van wat ik communiceerde. Dit is geen theoretisch managementconcept. Dit gebeurt elke dag op de werkvloer, in elk team, bij elke manager.

Dit betekent dat je, voordat je iemands onderprestatie bespreekt, eerlijk naar je eigen aannames moet kijken. Benader je deze persoon als iemand die tijdelijk worstelt? Of heb je hem of haar al afgeschreven?

Wat er gebeurt in het brein als de stress te hoog wordt

Hier wordt iets belangrijks vaak over het hoofd gezien. Veel underperformers missen geen motivatie of capaciteit. Ze zijn overbelast.

Wanneer druk een bepaalde grens overschrijdt, gebeurt er iets in het brein dat Daniel Goleman een amygdala-kaping noemt. De amygdala, het dreigingsdetectiesysteem van het brein, neemt het over van de prefrontale cortex. De prefrontale cortex is waar je je beste denkwerk doet. Plannen, redeneren, problemen oplossen. Dat gaat allemaal offline.

Wat overblijft is vechten, vluchten of bevriezen. Op de werkvloer ziet dat eruit als iemand die dichtslaat in vergaderingen. Die moeilijke taken vermijdt. Die dezelfde e-mail drie keer leest zonder iets te verwerken. Die overal ja op zegt maar niets aflevert.

Als je hierop reageert door de druk te verhogen, met meer check-ins, strakkere deadlines en scherpere feedback, voed je de cyclus. De amygdala blijft geactiveerd. De prefrontale cortex blijft offline. De prestatie daalt verder.

Eerst rust, dan richting

Als iemand de motivatie heeft om te verbeteren maar er nog niet is, is het effectiefste wat je kunt doen: eerst de temperatuur verlagen.

Je standaard blijft hetzelfde. Wat verandert zijn de omstandigheden die je creëert zodat het brein weer kan functioneren. Een gesprek dat begint met "ik zie dat je worstelt, en ik wil je helpen hier doorheen te komen" werkt heel anders dan een gesprek dat opent met een opsomming van alles wat misgaat.

Zodra er genoeg veiligheid is om helder te denken, kun je aan de eigenlijke prestatie werken. En de aanpak die het beste werkt is verrassend eenvoudig.

Kleine stappen, positieve bekrachtiging

Breek het werk op in kleine, meetbare doelen. Specifieke, haalbare targets die wekelijks besproken worden.

Wanneer iemand het vertrouwen in eigen kunnen is kwijtgeraakt, heeft diegene vroege successen nodig. Klein bewijs dat het nog steeds lukt. Elke keer dat een target wordt gehaald: benoem het. Positieve bekrachtiging activeert het beloningssysteem van het brein en herbouwt de neurale paden voor motivatie. De neurowetenschappelijke basis hiervoor is stevig.

Naarmate het vertrouwen terugkeert, kun je de complexiteit geleidelijk opvoeren. Het sleutelwoord is geleidelijk. Je herbouwt iemands relatie met eigen competentie. Dat kost tijd.

Wanneer het niet werkt

Soms werkt het niet. Ondanks alles. De motivatie is er niet. De rol past oprecht niet bij de persoon. De kloof tussen wat nodig is en wat geleverd wordt is te groot.

In die gevallen is het meest menselijke wat je kunt doen: eerlijk zijn. Een helder, respectvol gesprek over fit is beter dan maanden van lage verwachtingen, groeiende frustratie en een Golem-effect dat jullie allebei beschadigt.


Hoe dit er in de praktijk uitziet

Omgaan met underperformers is een van de meest voorkomende thema's in leiderschapscoaching. En een van de meest misverstane. De meeste managers vermijden het gesprek helemaal, of pakken het aan op een manier die precies de stressreactie triggert die alles erger maakt.

Voor organisaties waar onderprestatie een patroon is over meerdere teams, biedt management training een structurele aanpak om de lat hoger te leggen. En voor senior leidinggevenden die dit op strategisch niveau willen aanpakken, geeft executive coaching de ruimte om na te denken over hoe je prestatiecultuur vormgeeft vanuit de top.

Benieuwd hoe dit voor jouw situatie kan werken? Plan hier je gratis kennismaking. Geen druk. Gewoon een open gesprek.

Coaching Directie | De Directie Zet de Toon

Leadership coaching Amsterdam | David Buirs

De directie zet de toon. Of je het wilt of niet.

David Buirs is executive coach in Amsterdam en begeleidt directieleden en senior leidinggevenden. Dit artikel beschrijft waarom steeds meer organisaties coaching inzetten op directieniveau, welke thema's het vaakst terugkomen, en hoe frictie in de directie doorwerkt in de hele organisatie.

Er is iets dat organisaties vaak over het hoofd zien. Wanneer een directieteam intern niet goed functioneert, sijpelt dat door naar beneden. Niet altijd zichtbaar. Niet altijd bespreekbaar. Maar voelbaar.

Teamleiders die tegenstrijdige boodschappen krijgen. Middenmanagement dat niet weet welke prioriteit nu echt telt. Een onderstroom van onzekerheid die niemand benoemt, maar die wel degelijk invloed heeft op beslissingen, motivatie en verloop.

Het omgekeerde is net zo waar. Een directie die scherp is, die vertrouwen uitstraalt en helder communiceert, geeft rust aan een hele organisatie. Mensen weten waar ze staan. En dat alleen al maakt teams effectiever.

Dat verklaart waarom executive coaching op directieniveau snel groeit. 39% van CEO's werkt inmiddels met een coach. En 87% van organisaties die coaching inzetten rapporteert een positieve ROI. De complexiteit op dat niveau vraagt om een plek waar je vrijuit kunt denken, zonder de politiek van de boardroom. Een vertrouwelijk klankbord dat buiten het systeem staat.

Drie thema's die steeds terugkomen

Communicatie

Het klinkt basaal. Maar op directieniveau is communicatie het verschil tussen een organisatie die beweegt en een organisatie die vastloopt.

Ik zie twee patronen. Het eerste: directieleden die sneller denken en meer overzicht hebben dan de mensen om hen heen. Ze communiceren te kort. Te bondig. In hun hoofd is alles helder, maar voor de organisatie voelt het als springen van het ene naar het andere. Het resultaat: teams die afhaken of hun eigen koers gaan varen.

Het tweede patroon: vage, wollige communicatie. Geen heldere lijn. Geen concreet verwachtingskader. Na een vergadering lopen mensen weg met verschillende interpretaties van hetzelfde gesprek.

Beide patronen zijn herkenbaar. En beide zijn op te lossen als je er bewust aan werkt.

Strategie en visie

Een visie hebben is één ding. Die vertalen naar iets dat mensen begrijpen en kunnen uitvoeren is iets anders. Veel directieleden denken in grote lijnen, maar worstelen met het concreet maken. Hoe vertaal je een strategische ambitie naar kwartaaldoelen voor je teams? Hoe voorkom je dat je strategie een mooi document is dat in een la verdwijnt?

Hier helpt het om samen te denken met iemand die buiten je systeem staat. Die niet meegaat in de aannames die binnen je organisatie normaal zijn geworden.

Delegeren

Recent onderzoek bevestigt wat ik in de praktijk zie: delegeren is het meest voorkomende thema bij executive coaching. Niet omdat directieleden het begrip niet kennen. Maar omdat loslaten ingaat tegen alles wat hen succesvol heeft gemaakt.

Je bent op deze positie gekomen doordat je goed bent in wat je doet. Ingrijpen voelt productief. Zelf doen voelt veilig. Maar op directieniveau werkt dat niet meer. Je impact wordt bepaald door hoe goed de mensen om je heen presteren. En dat vraagt iets anders van je dan inhoudelijke excellentie.


Een logische stap voor directieleden die groeien

De meeste directieleden die ik begeleid presteren goed. Ze worden gecoacht omdat er meer van hen wordt gevraagd. Omdat hun rol groeit. Omdat ze bewust willen sturen op hun eigen ontwikkeling in plaats van dat af te laten hangen van toeval en ervaring alleen.

Heb je een directielid in je team dat klaar is voor die stap? Of merk je dat er op directieniveau iets wringt dat je niet goed kunt benoemen? Ik plan graag een vrijblijvend gesprek om te verkennen of executive coaching past bij de situatie. Geen druk. Gewoon een open gesprek. Plan hier je gratis kennismaking.

Meer jezelf zijn als leider: Lessen uit 10 dagen stilte

David Buirs Leadership Coach

Wat tien dagen stilte mij leerden over leadership presence ontwikkelen

David Buirs is een leiderschapscoach en executive coach in Amsterdam. Dit artikel beschrijft hoe senior leiders leadership presence kunnen ontwikkelen aan de hand van vier inzichten uit een tiendaagse Vipassana meditatie cursus. Het verbindt persoonlijke ervaring met neurowetenschappelijk onderzoek naar reactiviteit, en geeft praktische handvatten voor wie geen retraite wil doen.

Je herkent ze meteen als ze de kamer in lopen.

Niet de hardste stem in het overleg. Geen bijzondere uitstraling waar je een woord op kunt plakken. Toch valt er iets stil als ze beginnen te praten. Mensen leunen ietsje naar voren. Onzinvragen verdwijnen.

Dat is wat in coaching land executive leadership presence heet. En anders dan wat consultants je proberen te verkopen, is het geen pose die je in een tweedaagse training aanleert.

Hoe zo iemand zich gedraagt

Een leider met echte presence is een paar dingen tegelijk.

Aanwezig. Echt aanwezig, niet half al bij de volgende afspraak. Als jij iets tegen ze zegt, hoor je in hun reactie dat ze het ook werkelijk hebben binnen gelaten.

Niet snel uit het veld geslagen. Iemand werpt op dat het hele plan onhaalbaar is. Een board member levert harde kritiek op de cijfers. Een crisis op vrijdagmiddag. Ze blijven recht zitten. Ze voelen het wel degelijk. Maar ze hebben geleerd dat de eerste reactie zelden de beste is.

Vol mededogen. Mensen om hen heen voelen dat ze gezien worden, dat ze meer zijn dan een resource of een uitkomst.

En tegelijk, en dit is het deel waar de meeste leiders over struikelen, laten ze niet over zich heen lopen. Compassie en zacht zijn worden vaak verward. Dat zijn verschillende dingen. Wie het verschil niet kent, wordt na een tijdje niet meer serieus genomen door zijn eigen team.

Dit hele plaatje heeft een oud-boeddhistische naam: equanimity. Gelijkmoedigheid in goed Nederlands. Het betekent dat je de golf voelt, zonder erdoor omver gegooid te worden.

Hoe ik het zelf leerde zien

Een paar jaar geleden deed ik een tiendaagse Vipassana-cursus. Tien dagen stilte. Tien uur mediteren per dag.

Geen telefoon. Geen boeken. Geen oogcontact. Laatste maaltijd om 11 uur ’s ochtends. De rest van de dag zitten en kijken wat er gebeurt in je lijf en je hoofd.

Het begint vrolijk, op een soort nieuwsgierige toon. Op dag drie wilde ik weg. Op dag zes begon er iets te gebeuren. Vier dingen zijn me bijgebleven die ik nog steeds elke werkweek gebruik.

Stilte als zeldzame grondstof

Na een paar dagen werd het stiller in mijn hoofd dan ik me kon herinneren ooit te hebben meegemaakt. Geen pieptonen, geen scrollende lijstjes, geen interne to-do’s. Een soort helderheid die ik kwijt was zonder te weten dat ik ‘m kwijt was.

Wat ik begreep is hoe verslaafd ik was geraakt aan input. De impuls om iets te checken, iets te doen, iets te beantwoorden, was zo permanent dat ik nooit had opgemerkt dat het impuls was. Ik dacht dat het ik was.

Voor een leider met presence is dit het fundament. Strategisch nadenken kan niet in een hoofd dat de hele dag staat te branden. De rust die je naar buiten uitstraalt, is een afgeleide van wat er van binnen aan ruimte ligt.

Vergankelijkheid en de paniek die wegloopt

Een van de centrale inzichten van Vipassana is dat alles voorbij gaat. Pijn, plezier, paniek, euforie. Je kunt het zelf zien gebeuren in je lichaam tijdens lange zit-sessies. Een onaangename sensatie komt op, je bent ervan overtuigd dat die nu permanent is, en twintig minuten later is hij weg.

Wat dat op de lange duur doet is je relatie met heftige momenten op werk veranderen. Een crisis blijft een crisis. Maar de paniek waarvan je dacht dat die hoorde bij de crisis, blijkt geen verplicht onderdeel.

Dit is precies de equanimity uit de eerste paragraaf. Voelen wat er te voelen valt, zonder ervan te kantelen.

Het pak uit

Je bouwt een beeld van wie je bent en besteedt veel energie aan het in stand houden ervan.

Ergens op dag zeven, zonder telefoon, zonder rol, zonder taken om je achter te verstoppen, lekt dat beeld van jezelf weg. Wat eronder zit is niet altijd mooi. Wel echter.

Voor senior leiders is dit relevanter dan het klinkt. De meeste directeuren die ik spreek, dragen een soort pak om zich heen. Een leiderschapsbeeld dat ergens onderweg is blijven hangen. Ze moeten daadkrachtig zijn. Of warm. Of altijd kalm. Of nooit te kwetsbaar.

Het probleem met dat pak is dat mensen het voelen. Een team voelt het verschil tussen iemand die zichzelf is en iemand die een rol speelt. Niet rationeel, maar ze voelen het, en ze gedragen zich er anders door.

Op directieniveau is authenticiteit praktisch gewoon effectiever. Een team kan je volgen als ze weten waar je staat. Ze kunnen je niet volgen als ze elke week een andere versie van jou zien.

Metta en de zachtere kant

Aan het eind van de cursus oefen je iets dat Metta heet. In je hoofd fijne dingen toewensen aan anderen. Naar jezelf, naar mensen waar je van houdt, en naar mensen die je storen.

Het klinkt zweverig en is het ook een beetje. Maar wat het doet is iets trainen dat in zakelijke omgevingen verwaarloosd raakt. Het vermogen om compassie en empathie te voelen.

Voor een leider gaat dat als volgt. Die collega waar je je intern aan ergert, kun je toch met openheid tegemoet treden. Het teamlid dat onder presteert, kun je aanspreken zonder daarbij te verharden. De board member die je werk torpedeerde in de vorige meeting, kun je tegemoet treden zonder vooraf je verdediging in stelling te brengen.

Compassie zonder ruggegraat slijt snel uit. En leiderschap zonder compassie wordt op de lange duur door niemand meer gevolgd. Allebei nodig.

De neurowetenschap

Voor we naar het onderzoek gaan, even iets over je brein. De amygdala is het oudste, snelste stuk van je hersenen. Die roept binnen een fractie van een seconde “gevaar” en zet je in een vecht-of-vlucht reactie. Razendsnel, zonder erbij na te denken. De prefrontale cortex zit aan de voorkant van je hoofd. Die is langzamer, weegt af, denkt na, kiest. Bij iemand die snel reactief is, neemt de amygdala vaak het stuur voordat de cortex iets te zeggen heeft. Bij iemand die kalm blijft onder druk, hebben beide een stem.

Onderzoek van Tammi Kral en collega’s bij het Center for Healthy Minds van de Universiteit van Wisconsin, gepubliceerd in NeuroImage in 2018, vond dat langdurige meditatiebeoefenaars verminderde amygdala-reactiviteit lieten zien bij emotionele prikkels. Zelfs na acht weken mindfulness-training veranderde de functionele connectiviteit tussen de amygdala en de prefrontale cortex. Mensen werden meetbaar minder reactief, en je kon het zien op hersenscans.

Link naar het onderzoek.

Wat dat betekent voor presence is dit. Je raakt minder overgeleverd aan je eigen reactiviteit. Iemand zegt iets vervelends, je voelt het, je doet er niet meteen iets mee. Een crisis komt langs, je voelt de paniek, je wordt er niet door overgenomen.

Viktor Frankl noemde dat de ruimte tussen stimulus en respons. Daarin, schreef hij, ligt onze vrijheid. Voor leiders ligt daar ook hun effectiviteit.

Zonder retraite kan ook

Een tiendaagse Vipassana is niet voor iedereen. Sommigen hebben de tijd niet. Sommigen vinden het format niet werken. Voor sommigen geldt dat tien dagen alleen in stilte zitten met je eigen brein eerlijk gezegd geen verstandige zet is.

Prima. Je hebt de retraite niet nodig om de lessen te gebruiken.

Tien minuten per dag stilzitten. Een korte pauze tussen het lezen van een vervelend bericht en het beantwoorden ervan. Drie keer per dag opmerken wat er in je lichaam gebeurt voordat je iets zegt. Klein. Onspectaculair. Het werkt zoals samengestelde rente werkt. Langzaam, en dan opeens.


De senior leiders die bij mij komen voor coaching voor directeuren willen vaak iets dat ze lastig in woorden krijgen. Meer impact, met minder moeite. Effectiever spreken, met minder druk. Mensen achter zich krijgen, zonder over de toppen van hun tenen te lopen. Het komt vrijwel altijd neer op presence. Voor organisaties die deze kwaliteit op leiderschapslaagniveau willen verankeren, biedt leiderschapstraining hetzelfde principe op teamschaal.

Plan een vrijblijvende kennismaking hier.

Verbinding voelen met je team: hoe je echt luistert

David Buirs - Coach Persoonlijk Leiderschap

Hoe je echt verbinding voelt met je team

David Buirs is een leiderschapscoach en executive coach in Amsterdam. Dit artikel beschrijft waarom de meeste leidinggevenden denken dat ze luisteren naar hun team, terwijl hun team dat anders ervaart. Je leest hoe je echte verbinding voelt met je team door langzamer en aanwezig te luisteren, en welke concrete vragen het gesprek opentrekken.

Je team merkt iets aan jou op dat jij zelf niet door hebt.

In de meeste gesprekken die jij met ze hebt, ben je er eigenlijk niet helemaal bij. Niet weg. Ergens achter je eigen ogen, drie zinnen verder, al klaar met je antwoord. Ze voelen het. De meesten zeggen er niets over.

Dat is het verschil tussen denken dat je verbinding voelt met je team en het daadwerkelijk doen.

Twee monologen die net doen alsof ze een gesprek zijn

In de meeste gesprekken op werk praten twee mensen om de beurt over zichzelf.

Iemand vertelt iets over een project. Jij wacht netjes tot ze klaar zijn en duikt erin met iets vergelijkbaars uit je eigen ervaring. Of erger, met een oplossing die ze nog niet hadden gevraagd. Of nog erger, met het volgende agendapunt dat je al had klaarliggen voor ze binnenkwamen.

Iedereen heeft gepraat. Iedereen heeft het idee dat er een gesprek heeft plaatsgevonden. Niemand is iets wijzer geworden.

Waarom je denkt dat je luistert terwijl dat niet zo is

Luisteren is een vaardigheid waar bijna iedereen denkt goed in te zijn. In de praktijk luisteren de meeste managers vooral om te reageren. Echt begrijpen komt op de tweede plaats, als het er al van komt.

Het verschil zit in waar je hoofd is. Bij echt luisteren ben je bezig met de ander. Bij reactief luisteren ben je bezig met je volgende zin. Met je oordeel. Met de oplossing. Met hoe het past in je planning.

Voor jou voelt het allebei als luisteren. Voor de ander voelt alleen het eerste als gehoord worden.

Wat het je team kost

Mensen brengen problemen alleen bij iemand die ze echt aanhoort.

Als een teamlid drie keer een vaag begin van iets bij je probeert neer te leggen en jij telkens al met een antwoord komt voordat ze halverwege zijn, gaan ze het de vierde keer niet meer proberen. Ze vertellen het je pas als het te laat is. Of helemaal niet.

Datzelfde geldt voor feedback over jou. Voor twijfels bij een besluit. Voor de werkelijke reden dat iemand de afgelopen weken stilletjes minder energie in het werk steekt.

Wat een team niet aan je vertelt, is bijna altijd het belangrijkste wat er speelt.

Wat luisteren feitelijk is

Echt luisteren is iets anders dan stil zijn terwijl iemand anders praat. Stil zijn is je beurt afwachten. Luisteren is je hoofd leegmaken en de andere persoon binnenlaten.

Dat lukt niet als je tegelijk drie andere dingen denkt. Dat lukt niet met een telefoon op tafel. Dat lukt niet als je over twee minuten in de volgende meeting moet zitten.

Het vraagt een soort traagheid die de meeste werkomgevingen niet aanmoedigen. Maar het is de basisvoorwaarde voor alles wat onder leiderschap valt.

Vragen die het gesprek opentrekken

Een paar vragen die ik mensen vaak meegeef:

Wat maakt dat belangrijk voor je?

Hoe ben je daar terechtgekomen?

Wat zou voor jou een goede uitkomst zijn?

Wat probeer je hier eigenlijk te zeggen?

Die laatste is onderschat. Iemand komt naar je toe met een lange opbouw. Je voelt dat er iets onder ligt. Vraag het.

Wat er gebeurt als je dit oefent

In het begin niet veel. Een gesprek duurt iets langer. Iemand merkt niet bewust op dat je anders bent, maar gaat iets meer vertellen.

Na een paar maanden gebeurt er iets. Mensen komen eerder met problemen langs. Niet omdat je een training over actief luisteren hebt gevolgd, maar omdat ze ergens onbewust hebben gemerkt dat het de moeite waard is om met jou te praten.

De senior in je team begint je tegen te spreken. Dat deed die eerst alleen tegen z'n peers. Nu durft die dat ook bij jou, wat eigenlijk betekent dat je voor het eerst echt gezien wordt als iemand die het aankan.

Iemand komt twee weken eerder met een gesprek over werkdruk dan ze normaal zou hebben gedaan. Dat scheelt je een goede medewerker.

Wat het van jou vraagt

Een ongemakkelijke hoeveelheid trage aandacht.

Je gaat in je een-op-eens geen volgende meeting meer halen. Je gaat momenten van stilte moeten laten vallen die je niet onmiddellijk invult. Je gaat soms moeten blijven zitten in iets oncomfortabels, zonder het weg te poetsen met een snel "ja, snap ik, dus wat je kunt doen is…".

Dit is geen techniek die je leert. Het is een vorm van rust die je opbouwt.

Hoe je die rust naar binnen toe ontwikkelt is een verhaal apart. Daar schreef ik een artikel over hoe je leadership presence ontwikkelt vanuit een rustigere binnenkant. Voor dit artikel is wat telt: het besluit om beter te luisteren, en het oefenen ervan, doet meer dan welke communicatiecursus dan ook.


De leidinggevenden waarmee ik werk via management coaching worstelen vaak met precies dit. Hun team beschrijft hen als prima communicatief. Het echte werk zit dieper. Ze hebben nooit geleerd hoe ze in een gesprek echt aanwezig kunnen zijn. Voor senior leidinggevenden waarbij dit op directieniveau speelt, is coaching voor directeuren een logische verdieping. Voor organisaties die hier op leiderschapslaagniveau iets aan willen doen, biedt leiderschapstraining de teamversie hiervan.

Plan een vrijblijvende kennismaking hier.

Waarom ben ik altijd gestressed op werk? En hoe kom ik er vanaf?

Leiderschapscoach Amsterdam | David Buirs

Waarom ben ik altijd gestressed op werk? En hoe kom ik er vanaf?

David Buirs is executive coach in de regio Amsterdam en werkt met senior leidinggevenden aan identiteit, druk en authentiek leiderschap. Dit artikel onderzoekt waarom veel leidinggevenden niet kunnen ontspannen op werk, zelfs als de werkdruk wordt verlaagd. Het behandelt het verschil tussen externe druk en innerlijke patronen die geworteld zijn in identiteit, en wat in beide gevallen helpt.

Een manager met wie ik werkte annuleerde haar sabbatical twee keer. De derde keer ging ze echt. Ze kwam na acht weken uitgerust terug, en binnen twee weken werkte ze weer dezelfde uren als daarvoor. Dezelfde mails om 11 uur 's avonds. Dezelfde onrust op zondagmiddag.

Het verbaasde haar. De break was echt geweest. De rust ook. Waarom kwam het oude patroon dan zo snel terug? Waarom was ze nog steeds altijd gestressed op werk, ook toen ze eindelijk de ruimte had?

Werkdruk of een patroon van binnenuit?

Ik heb dit van beide kanten van de tafel gezien. Als leidinggevende heb ik mensen absoluut meer op hun bord gelegd dan goed voor ze was. Werkdruk sluipt erin, deadlines botsen, en je merkt het niet altijd op tot iemand kopje onder gaat. Als dat de oorzaak is, is de oplossing helder. Werk van het bord halen, herverdelen, aannemen, verwachtingen bijstellen. De opluchting komt snel.

Maar ik heb ook mensen gezien bij wie de werkdruk verlagen niet hielp. Bij wie hun managers het oprecht probeerden. Bij wie de agenda openging en de druk bleef. Bij wie de persoon de nieuwe gaten vulde met meer.

Dat tweede patroon is lastiger. En dat is waar ik het hier over wil hebben.

De doener-identiteit

Een onderzoek van INSEAD, onlangs gepubliceerd door Preeti Varma en Jennifer Louise Petriglieri, keek naar kenniswerkers die zichzelf omschreven als excessief werkend. De onderzoekers zochten specifiek mensen die zeiden: ik doe dit mezelf aan, in elk geval deels, en ik weet niet hoe ik moet stoppen.

Wat ze vonden is het overdenken waard.

Iedere persoon in het onderzoek droeg wat de onderzoekers een "doener-identiteit" noemen. Iemand zijn die altijd iets aan het doen is. Niet voor het geld. Niet voor de promotie. Het doen zelf was onderdeel geworden van wie ze waren.

En in bijna alle gevallen had deze identiteit zijn wortels in de kindertijd, waar de onderzoekers drie patronen herkenden.

Drie wortels in de kindertijd

Het eerste patroon kwam uit gezinnen waar doen werd opgehouden als de hoogste deugd. Hard werken was de gezinswaarde. Niemand zei "je moet presteren." Ze leefden het voor, modelleerden het, spraken over mensen die niet hard werkten met een kleine ondertoon van afkeuring. Kinderen in deze gezinnen leerden: ik ben waardevol als ik produceer. Stop met produceren en er is iets mis met me.

Het tweede patroon kwam uit hardere omgevingen. Gezinnen waar emoties niet veilig waren, waar kinderen vroeg leerden dat ze er alleen voor stonden. Doen werd een manier om te ontsnappen aan voelen. Boeken, schoolwerk, projecten, alles om functioneel te zijn in plaats van kwetsbaar. Zoals een deelnemer het zei: werk werd een schuilplaats.

Het derde patroon kwam uit gezinnen met expliciete verwachtingen. De 8 op 10 die uitleg vereiste. De grootouders aan wiens prestaties je werd afgemeten. De erkenning die kwam wanneer je leverde en afwezig voelde wanneer je dat niet deed. Kinderen in deze gezinnen leerden: ik ben zichtbaar als ik presteer.

Dit gaat niet over het de schuld geven aan ouders. De onderzoekers zijn daar voorzichtig in, en ik ook. De meeste verzorgers in deze verhalen deden hun best met wat ze hadden, vaak terwijl ze worstelden met hun eigen versies van dezelfde patronen.

Het punt is wat het doen deed. In de kindertijd werkte het. Het hielp een kind om met stress om te gaan, zich veiliger te voelen, gezien te worden, zich adequaat te voelen. Het was een echte aanpassing aan echte omstandigheden.

Maar wat werkt op je zesde werkt niet altijd op je zesendertigste. Het patroon blijft. De behoefte eronder blijft. En het zet je in een werkomgeving waar je constant produceert, consistent presteert, regelmatig wordt geprezen, en nog steeds niet kunt ontspannen op een zondag. Uiteindelijk kan dit leiden tot burnout.

Hoe weet je waar je mee te maken hebt?

Dus hoe weet je waar je mee te maken hebt? Werkdruk van buiten, of patroon van binnen?

Een nuttige vraag om jezelf te stellen: heb je dit gevoel alleen in je huidige baan ervaren, of is het een constante geweest door je hele carrière? Als minder uren werken, vakantie nemen, of naar een rustiger team gaan echte, blijvende opluchting brengt, was de druk waarschijnlijk vooral extern.

Als geen van die dingen volledig helpt, is er iets anders aan de hand. De vakantie voelt ongemakkelijk. Een compliment over je prestaties voelt even goed, en daarna verdwijnt dat gevoel snel weer. Een rustigere week creëert angst in plaats van rust. Je betrapt jezelf erop dat je het volgende ding om druk mee te zijn aan het verzinnen bent.

De meeste senior leidinggevenden met wie ik werk hebben te maken met een mix van beide. De werkdruk is echt hoog EN er is een innerlijke drijfveer die het nog zwaarder laat voelen. De baan moet worden aangepast EN het innerlijke patroon vraagt aandacht.

Waarom minder werk niet altijd genoeg is

Hier zit het lastige. Als het innerlijke patroon deel uitmaakt van waarom je altijd gestressed bent op werk, kan je leidinggevende dat niet voor je oplossen. Een lichtere werkdruk reikt er niet bij. Beter beleid reikt er niet bij. Ze geven je misschien ademruimte, maar hetzelfde patroon vult die ruimte op.

Wat in mijn ervaring wel helpt, is werk dat een laag onder het gedrag gaat. Coaching die onderzoekt waar het doen vandaan komt, niet alleen hoeveel je doet. Eerlijke gesprekken met mensen die zien wat jij niet ziet. Soms therapie, afhankelijk van hoe diep de wortels gaan. Mindfulness en reflectie die je helpen de behoefte om constant te produceren met wat afstand te observeren, wat lastig is wanneer je er middenin zit.

En daaronder, het tragere werk van het ontvlechten van je gevoel van eigenwaarde van je productiviteit. Van leren dat je een mens bent voordat je een output bent.

Het is langzaam werk. Maar absoluut de moeite waard. Voor jezelf, voor je bedrijf, voor je team. Je begint in staat te zijn om veel te doen EN te stoppen. Wat, voor velen van ons, de moeilijkere vaardigheid is.

Als iets hiervan resoneert, hoor ik graag wat je herkent in je eigen verhaal. Voor senior leidinggevenden die dit patroon bij zichzelf herkennen is executive coaching het soort werk dat een laag onder het gedrag gaat. Voor organisaties waar dit door de hele managementlaag heen zichtbaar is, kan management training helpen om de bredere cultuur van altijd aan staan aan te pakken. Hoe dan ook, als je wilt praten over wat doorgaans helpt, plan dan een gratis kennismaking. Geheel vrijblijvend.

Het volledige onderzoek van Varma en Petriglieri is hier te lezen op ScienceDirect.

Ben jij beter in strategie dan je CEO? Misschien wel.

Incompany Management Trainer | David Buirs

Ben jij beter in strategie dan je CEO? Dat zou kunnen.

David Buirs is leiderschaps- en executive coach in de regio Amsterdam, en werkt met senior leidinggevenden, directeuren en directieteams. Dit artikel loopt door Richard Rumelts vier onderdelen van een echte strategie en biedt een korte test om de strategie van je eigen bedrijf tegen het licht te houden. Geschreven voor executives die hun strategisch denken willen aanscherpen.

Tegen de tijd dat je dit hebt uitgelezen, weet je het.

De meeste strategieën die boards en directies produceren hebben één groot probleem.

Het zijn geen strategieën.

Wat zijn het dan wel? Vaak een lijst met doelen, een verlanglijst eigenlijk, verpakt in vage, strategisch klinkende taal.

Je kent ze wel. "We worden marktleider door operationele excellentie te combineren met klantgerichtheid en een innovatieve cultuur. We investeren in onze mensen, versterken onze technologie en bouwen aan duurzame partnerships."

Klinkt stevig. Maar kijk eens beter. Geen analyse van wat er werkelijk speelt. Geen echte keuze. Geen woord over wat het bedrijf bewust niet gaat doen. En geen specifiek obstakel dat als eerste doorbroken moet worden.

Wat je overhoudt is een lijst met goede intenties, geschreven in taal die strategisch en complex klinkt. Soms zelfs verpakt in een deck van 50 slides.

Hoe een echte strategie eruitziet

Richard Rumelt is hoogleraar strategie aan UCLA en wereldwijd gezien als één van de grootste autoriteiten op dit vakgebied. Hij schreef er een heel boek over: Good Strategy, Bad Strategy. Zijn punt past in één zin. De meeste "strategieën" zijn gewoon verlanglijsten, verpakt in vage taal. En dat geldt voor het grootste deel van wat er aan strategie voor executives op directieniveau wordt geproduceerd.

Wat is een echte strategie dan wel? In de kern is een strategie een creatieve manier om je beperkte middelen, je tijd, geld, aandacht en energie, te richten op het doorbreken van het ene obstakel dat er het meest toe doet.

Volgens Rumelt heeft een strategie vier onderdelen nodig om écht te werken. Mist er één, dan heb je geen strategie.

Ik loop ze met je door, aan de hand van het voorbeeld van Southwest Airlines.

Een diagnose. Een eerlijke en accurate analyse van wat er werkelijk speelt. De diagnose van Southwest was dat korte vluchten binnen de VS slecht werkten voor de meeste reizigers. De grote luchtvaartmaatschappijen waren gebouwd rondom langeafstandsvluchten, en routeerden bijna alle passagiers via een paar grote centrale luchthavens, waar je dan moest overstappen. Een korte vlucht tussen twee nabijgelegen steden was daardoor vaak duur, traag en vol met overstappen. Een helder beeld van wat er mis was met de markt.

Een obstakel. Binnen elke diagnose zit één kernprobleem dat je eerst moet doorbreken voordat de rest werkt. Rumelt noemt dat de crux. Voor Southwest was die crux pittig. Hoe maak je korte vluchten goedkoop en snel genoeg om te concurreren met auto's en bussen, terwijl de kostenstructuur van elke bestaande luchtvaartmaatschappij dat eigenlijk onmogelijk maakt?

Een leidende koers. De aanpak die je kiest om dat obstakel te doorbreken, vóór er sprake is van concrete acties. Die van Southwest was simpel te formuleren. Word de goedkoopste, snelste luchtvaartmaatschappij voor korte vluchten in de VS. Eén zin. En kijk eens wat hij allemaal stilletjes uitsluit. Geen langeafstandsvluchten. Geen business class. Geen maaltijden aan boord. Geen samenwerkingen met andere maatschappijen. Geen overstappen via grote centrale luchthavens.

Samenhangende acties. Tot slot een handvol concrete stappen die elkaar versterken en logisch volgen uit de koers. Southwest vloog met maar één type vliegtuig (de 737) om onderhoud en training goedkoop te houden. Ze gebruikten secundaire luchthavens met lagere landingsgelden. Geen vaste stoelnummers, waardoor het instappen sneller ging. Het grondpersoneel werd cross-getraind voor turnarounds van 20 minuten. Alleen point-to-point routes, geen overstappen via hubs. Elke actie maakte de andere beter, en geen enkele sprak de koers tegen.

Dat is een strategie. Vergelijk dat eens met "sneller innoveren en kosten besparen en klantgerichtheid verbeteren en elke afdeling met tien procent inkrimpen". Het ene is een set heldere, elkaar versterkende keuzes om één hoofdobstakel te doorbreken. Het andere is wat een directie produceert wanneer ze het werk van écht kiezen ontwijkt.

Probeer het zelf eens

Als je er toegang toe hebt, pak het strategiedocument of de strategieverklaring van je organisatie er eens bij.

En stel jezelf dan drie vragen. Welk specifiek probleem lost deze strategie op? Welke aanpak hebben we gekozen? En wat doen we expliciet niet?

Kun je daar geen antwoord op geven in losse zinnen, dan heb je waarschijnlijk een verlanglijst in handen.

En eerlijk gezegd ben je dan in goed gezelschap. Onderzoek van MIT Sloan liet zien dat slechts 28% van de executives en middenmanagers die verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van de strategie, drie van de topprioriteiten van hun bedrijf konden noemen. Ouder onderzoek van Kaplan en Norton in HBR suggereerde dat minder dan 5% van de medewerkers überhaupt begreep wat de strategie van hun bedrijf was.

Wat betekent dat de mensen die organisaties aansturen vaak moeite hebben om in woorden te vatten waar ze hun bedrijf eigenlijk naartoe willen brengen.

Het is ook niet helemaal hun schuld

Strategisch denken