De meeste executives maken één grote strategische fout.

Incompany Management Trainer | David Buirs

De meeste executives maken één grote strategische fout.

Strategie voor executives is een vaardigheid die de meeste directeuren nooit expliciet hebben geleerd. David Buirs werkt vanuit de regio Amsterdam met directeuren en senior leidinggevenden aan strategisch denken en heldere keuzes. Dit artikel laat op basis van Richard Rumelts Good Strategy, Bad Strategy zien waar de meeste strategieën misgaan en welke vier bouwstenen wel werken.

De meeste strategieën die directeuren, directies en MT's maken, hebben één probleem. Het zijn geen strategieën.

Het zijn wensenlijsten. Doelstellingen verpakt in mooie taal. Een visie. Een paar KPI's. En wat slides over operational excellence, klantgerichtheid en innovatie. Iedereen knikt. Niemand twijfelt. En zes maanden later is er weinig veranderd. Dat patroon zie je overal.

Richard Rumelt schreef er een heel boek over: Good Strategy, Bad Strategy. Pittige analyse, met decennia aan consulting voor wereldspelers achter de rug. Zijn punt laat zich in één zin samenvatten. De meeste strategieën zijn verlanglijstjes met een professioneel sausje.

Wat dit artikel doet: laten zien wat hij bedoelt, en wat dat voor jou als directeur betekent. Strategie voor executives begint bij begrijpen wanneer je iets in handen hebt dat de naam echt verdient.

Een typisch voorbeeld

Stel je een directieoverleg voor. De CEO presenteert de nieuwe strategie:

"We willen marktleider worden door operational excellence te combineren met klantgerichtheid en een innovatieve cultuur. We investeren in onze mensen, versterken onze technologie, en bouwen aan duurzame partnerships."

Klinkt mooi. Het probleem: er staat niets concreets in waar de organisatie morgen iets mee kan.

Wat ontbreekt? Een analyse van wat er werkelijk speelt. Een keuze. Een richting waar je juist niet heen gaat. Een specifiek probleem dat je eerst moet oplossen. Een logica die uitlegt waarom de geplande acties gaan werken.

Wat je hier ziet is een lijst goede intenties. Geformuleerd in de taal die directies verwachten te horen. Soms zelfs verpakt in een slide deck van 80 slides.

Waarom dit zo vaak fout gaat

Strategisch denken is een specifieke vaardigheid die je leert door oefening en begeleiding. Het ontstaat niet vanzelf door 20 jaar in een bedrijf te werken of door slim te zijn.

De meeste directeuren zijn nooit echt getraind in strategisch denken. Ze zijn opgeklommen via operationele resultaten, mensen aansturen, en stakeholdermanagement. Allemaal andere vaardigheden. Een briljante operationele leider kan een matige strateeg zijn zonder het door te hebben. En de organisatie merkt het pas als de markt verandert en de oude reflexen niet meer werken.

Hier ligt tegelijk een grote kans. Omdat zoveel bedrijven geen echte strategie hebben, krijgt de organisatie die het wel doet een serieus voordeel. Niet door slimmer te zijn dan de concurrentie. Door scherper te kiezen.

Dat voordeel is duurzaam. Een goedgepositioneerd product kun je kopiëren. Een lagere prijs ook. Een organisatie die consistent strategische keuzes maakt en doorzet, is veel moeilijker in te halen. De concurrent moet dan niet één ding kopiëren, maar een heel beslissingspatroon.

De vier bouwstenen van echte strategie

Rumelt noemt vier elementen die samen de kern vormen. Mis er één, en je hebt geen strategie.

1. De diagnose

Een eerlijke analyse van wat er werkelijk aan de hand is. Een goede diagnose vraagt dat je kijkt naar de feiten op basis van data, observatie en lef. Voorbij wat je hoopt te zien. Voorbij wat past bij je bestaande overtuigingen.

Een goede diagnose vereenvoudigt. Je benoemt het patroon dat de chaos verklaart. Voorbeeld: "Onze marges dalen al drie jaar. We dachten dat het kwam door de concurrentie. Bij analyse blijkt onze interne complexiteit de hoofdoorzaak. We hebben drie keer zoveel SKU's als nodig."

Dat is een diagnose. Een framing die richting geeft, zonder klagen of verontschuldigen.

2. Het obstakel

Binnen elke diagnose schuilt één centraal obstakel. Het probleem dat je moet doorbreken voordat de rest gaat werken. Rumelt noemt het de crux.

In het voorbeeld hierboven: het echte obstakel zit in de cultuur die elke productmanager zijn eigen lijn laat behouden. De markt is daar slechts een gevolg van.

Een goede strateeg benoemt dat obstakel klip en klaar, zonder omtrekkende beweging en zonder verzachtende formulering. Het obstakel is dit, en verder niets.

3. De guiding policy

Hoe ga je dat obstakel aan? Nog geen actie. Een aanpak. Een richtinggevende keuze die alle latere beslissingen kleurt.

Een goed voorbeeld is Southwest Airlines. Hun guiding policy: wij zijn de goedkoopste, snelste airline voor korte vluchten in de VS. Dat klinkt simpel. Toch sluit het ontzettend veel uit. Geen lange vluchten. Geen business class. Geen maaltijden aan boord. Geen samenwerking met andere airlines voor doorboekingen. Geen hub-and-spoke systeem zoals de concurrenten.

Elke beslissing in de organisatie volgt uit die ene keuze. Welk type vliegtuig kopen we? Welke routes vliegen we? Hoe trainen we ons personeel? Het antwoord ligt steeds besloten in de policy.

Een goede guiding policy doet drie dingen: hij sluit dingen uit, hij geeft helderheid aan iedereen onder je, en hij maakt de volgende stap mogelijk.

4. Coherente acties

Op basis van die policy, een set acties die elkaar versterken. Een handvol bewegingen die in dezelfde richting werken. Geen losstaande projecten. Geen lijst initiatieven die alle kanten op vliegen.

Veel directieagenda's lopen vol met goedbedoelde acties die elkaar tegenspreken. Innovatie versnellen, en tegelijk de kosten besparen. Klantfocus verbeteren, en tegelijk elke afdeling 10 procent inkrimpen. Coherente acties betekent dat je daarin kiest.

De fluff-test

Een snelle check op je eigen strategiedocument. Schrap alle zinnen die voldoen aan minstens één van deze criteria.

Bevatten woorden als synergie, klantgerichtheid, ondernemerschap zonder concrete invulling. Zouden ook in de strategie van je concurrent kunnen staan zonder dat iemand het verschil ziet. Beschrijven wat je wilt bereiken zonder uit te leggen hoe of waarom. Zijn niet toetsbaar, dus je kunt over twee jaar onmogelijk vaststellen of het gelukt is.

Wat blijft er over?

Voor de meeste organisaties is dat een ongemakkelijke oefening. Soms blijft er bijna niets over. Dat is waardevolle informatie. Het betekent dat het strategiewerk nog moet beginnen.

De psychologische laag

Strategisch denken kun je leren. Veel directeuren die het wel onder de knie hebben, lopen alsnog vast. Op iets anders. Op de psychologische lading van echte keuzes maken.

Echte strategie betekent toegeven dat iets niet werkt. Misschien iets waar jij persoonlijk verantwoordelijk voor bent. Het betekent een afdelingshoofd vertellen dat zijn unit kleiner wordt. Een product schrappen waar emotioneel veel inzit. Accepteren dat de aanpak die je drie jaar geleden lanceerde tekort schoot.

Dat soort gesprekken zijn moeilijk. Ze raken aan ego, loyaliteit, identiteit. Veel directeuren ontwijken ze, vaak zonder dat zelf door te hebben. De vage strategie wordt dan een vorm van bescherming. Vaak zonder dat de directeur dat zelf doorheeft.

Hier raakt strategie aan persoonlijk leiderschap. De directeur die intern de moeilijke gesprekken niet voert, kan extern geen scherpe strategie formuleren. Beide vragen dezelfde vaardigheid: durven kiezen, durven benoemen, durven uitsluiten.

Wat je deze week kunt doen

Pak je laatste strategiedocument erbij. Doe drie dingen.

Lees eerst alleen de eerste pagina, en stel jezelf de vraag of een buitenstaander hieruit kan opmaken wat jouw organisatie concreet anders gaat doen.

Zoek dan de diagnose. Welk probleem moet eerst opgelost worden? Als je dat niet binnen één zin kunt samenvatten, ontbreekt het.

Tel ten slotte het aantal expliciete keuzes dat het document maakt. Specifiek de dingen die je bewust niet gaat doen.

Bij veel directies komen die getallen pijnlijk laag uit. Goed. Nu weet je waar het werk ligt.


Voor organisaties die strategisch denken en helder kiezen structureel willen verankeren in het management, is een leiderschapsprogramma een logische stap.

Wil je zelf sparren over de strategie van jouw organisatie, of over hoe je als directeur scherper leert kiezen? Ik werk 1-op-1 via executive coaching met directeuren en senior leidinggevenden die op dit niveau willen ontwikkelen. Plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek via het contactformulier.

AI en de toekomst van leiderschap

EY - Future of Work Event Amsterdam

Recent was ik bij het event "What Can't Be Replaced by AI" op het Amsterdamse kantoor van EY. Gehost door Maarten Lintsen, met scherpe inzichten van Anna van den Breemer-Kleene, Isabel Moll-Kranenburg en Rina Joosten-Rabou.

Ik ging erheen omdat ik gefascineerd ben. Soms een beetje bang, eerlijk gezegd. Het tempo waarin dit veld zich ontwikkelt is duizelingwekkend. En als leiderschapscoach kan ik niet om de vraag heen wat dit betekent voor managers, voor werk en voor zingeving.

Hier is wat ik meenam.

1. De meta-view

Een rode draad in het panel, en in een gesprek na afloop met Marielle Willemse: leiders moeten kunnen uitzoomen. Wegblijven van de AI-tunnelvisie. Kijken naar je strategische doelen, en creatieve manieren vinden om AI voor je te laten werken.

Neem recruitment. Als efficiëntie het enige doel is, automatiseer je cv-screening. Maar cv's voorspellen ongeveer 3 procent van het werkelijke succes in een baan. Sneller, niet slimmer.

De betere vraag: hoe helpt AI je om mensen te vinden die je organisatie kunnen vernieuwen? Gebruik AI om vaardigheden en potentieel te beoordelen. Niet om te tellen hoe vaak iemand "stakeholder management" in zijn cv heeft gezet.

2. Leiderschap en adaptatie

Alleen leiders die zich snel genoeg aanpassen blijven relevant. Dat vraagt om AI-geletterdheid. Niet leren programmeren, wel begrijpen hoe je de technologie strategisch inzet.

En het is jouw taak als leider om experimenteren veilig te maken. Als je team bang is om iets te proberen, stagneert de adoptie binnen je organisatie. Bij angst gebeurt er niks.

3. Van weten naar interpreteren

Kennis verliest in hoog tempo zijn waarde op individueel niveau. AI geeft ons toegang tot collectieve intelligentie. De waarde verplaatst zich van weten naar interpreteren. En naar het stellen van de juiste vragen.

Ondertussen stagneert de productiviteitsgroei in Europa. Hoe zet je AI en agents in om die trend te keren? Geen retorische vraag. Een concrete uitdaging voor elke manager.

4. Cultuur en datagestuurde keuzes

Cultuur is hoe we samen betekenis geven aan werk. Vaak voelt het als ongrijpbaar. AI kan het concreet maken. Wat is je cultuur nu? Welk gedrag past bij waar je naartoe wil? Hoe monitor je voortgang?

Minder gissen, meer weten.

5. Empathie en perceptie

Het gangbare idee is dat AI geen empathie kan tonen. Toch wees een onderzoek uit dat patiënten AI-artsen vaker als empathischer beoordelen dan menselijke artsen.

Eerlijk: een AI heeft onbeperkt tijd, een arts staat onder druk. Maar het zet je wel aan het denken over je eigen menselijke interacties. Hoe vaak krijgt iemand op je werk jouw volle aandacht? Echt? Of kijk je er tussendoor toch even bij op je telefoon.

6. De waarde van menselijke verbinding

Binnen enkele jaren hebben de meesten van ons een persoonlijke AI-agent. Die plant je afspraken, analyseert data, voert taken uit. Mijn voorspelling: in woord, geschrift en beeld zullen ze nauwelijks meer van mensen te onderscheiden zijn.

Wat blijft er dan over dat uniek menselijk is? Volgens mij vooral fysieke ontmoeting. Een echt gesprek. Samen koffie drinken. Iemand in de ogen kijken en aanvoelen wat er onder de oppervlakte gebeurt.

Dat klinkt simpel. Maar het is precies wat veel managers nu al overslaan. Te druk, te veel meetings, snel een berichtje sturen in plaats van even langslopen. Als straks iedereen een AI heeft die efficiënter berichtjes stuurt dan jij, blijft alleen je persoonlijke contact over als jouw werkelijke toegevoegde waarde.

7. Zingeving voorbij productiviteit

Als AI en robots taken sneller en goedkoper doen dan mensen, hebben we nieuwe bronnen van zingeving nodig. Bronnen die niet afhangen van productiviteit alleen.

Dit is niet nieuw. Filosofen worstelen al eeuwen met de vraag wat ons leven betekenis geeft. Het verschil: AI dwingt ons om die vraag eindelijk serieus te nemen. Geen filosofische luxe meer voor in het weekend. Een kernvraag voor je carrière en je team.

Blijf de eigenschappen ontwikkelen die ons menselijk maken. Creativiteit. Nieuwsgierigheid. Empathie. Verbinding. Moed.

8. 2030 en daarna

De impact van AI in het komende decennium zal sneller en groter zijn dan de meesten van ons nu beseffen. Ook ik onderschat het waarschijnlijk.

De vraag is niet of AI ons vervangt. De vraag is of wij ons snel genoeg blijven ontwikkelen om naast die technologie betekenisvol menselijk te blijven.

9. Minder mensen, meer verantwoordelijkheid

Mijn inschatting: bedrijven krijgen de komende jaren minder mensen in dienst. Eén persoon die op de juiste manier AI-agents aanstuurt, bereikt meer dan een heel team zonder AI. Dat geldt voor marketing, voor ontwikkeling, voor analyse, voor finance.

Wat dat betekent voor leidinggevenden? Ook minder. Kleinere teams, plattere organisaties. Maar wel met meer verantwoordelijkheid per persoon. En waarschijnlijk beter betaald, omdat de impact van die ene persoon zoveel groter wordt.

Tegelijk is er een keerzijde. Wie niet meekomt met die ontwikkeling, valt buiten de boot. De middenmoot die zich nu nog kan verschuilen achter een team, heeft straks geen plek meer.

Voor wie wel wil overblijven betekent dit: blijven investeren in jezelf. In je communicatie. In je vermogen om mensen mee te nemen in verandering. In je technologische geletterdheid. En in de menselijke kwaliteiten waar AI niet bij komt: oordeelsvermogen, verbinding, moed.

Wie nu denkt "ik wacht wel even af", verliest de race voor hij begonnen is.

Wat dit betekent voor jou als leidinggevende

Hier zit voor mij de kern. AI legt de lat hoger voor wat je als leider in huis moet hebben. AI neemt het tactische werk over. Wat overblijft, is precies datgene wat goede coaching en begeleiding ontwikkelen.

Echt luisteren. Onder de oppervlakte van een gesprek kunnen kijken. Moeilijke gesprekken voeren zonder weg te lopen. Een visie hebben die mensen raakt. Een team waar mensen zich veilig voelen om te experimenteren, ook met AI.

Dit zijn geen soft skills meer. Dit is je vak.

Wil je dat jouw managers klaar zijn voor de komende jaren? AI-adoptie zit verweven in de leiderschapsprogramma's die ik ontwerp en geef. En het komt terug in de 1-op-1 leiderschapscoaching die ik aanbied aan ambitieuze leidinggevenden. Plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek via het contactformulier. Ik vertel je er graag meer over.

Hoe kun je je meer gewaardeerd voelen op je werk?

Leadership coaching Amsterdam | David Buirs

Hoe word je meer gewaardeerd op je werk?

David Buirs is leiderschapscoach in de regio Amsterdam. Dit artikel gaat over hoe je meer waardering op het werk ervaart en wat je zelf in beweging kunt zetten als die waardering uitblijft. Je leest waarom dit gevoel zo veel mensen raakt, wat onderzoek erover laat zien, en krijgt een concrete tien-dagen-oefening om zelf een waarderingscultuur op gang te brengen.

Je rijdt naar huis na een lange werkweek. Je hebt een lastige klus afgerond. Niemand heeft het opgemerkt. Of ze hebben het wel gezien, maar er niets van gezegd. Je weet niet welke van de twee, en eigenlijk weet je niet welke erger is.

Dit gevoel hebben veel mensen op enig moment in hun loopbaan. Niet alleen junior medewerkers, ook senior leiders en directeuren met jarenlange ervaring. De behoefte om te merken dat je werk telt verdwijnt niet als je een titel krijgt.

De vraag is niet of je dit gevoel mag hebben. Dat mag, en het is heel normaal en menselijk. De vraag is wat je ermee gaat doen.

Wat onderzoek hierover laat zien

Onderzoek van O.C. Tanner laat zien dat 79% van de mensen die ontslag nemen, gebrek aan waardering opgeven als belangrijkste reden om weg te gaan.

Dat is een opvallend hoog cijfer. Geen salaris, geen carrièreperspectief, geen conflict met de baas. De grootste reden waarom mensen vertrekken is dat hun werk onzichtbaar bleef.

Dat zegt iets over de aard van werk. We werken niet alleen voor geld of voor doelen, we werken altijd in de aanwezigheid van anderen. En als er dan waardering van die anderen uitblijft voor wat we doen, voelt het werk hol, zelfs als we er goed voor betaald worden.

Waarom dit dieper zit dan een complimentje

De behoefte om gezien te worden zit in ons geprogrammeerd. We zijn sociale dieren. Afhankelijk van anderen. Eenzaamheid is zelfs schadelijker dan een rookverslaving, zo belangrijk is connectie voor ons.

Wij vormen ons gevoel van eigenwaarde voor een groot deel via wat we terugkrijgen van de mensen om ons heen. Als die respons uitblijft, gaan we twijfelen aan ons werk, ook als we eigenlijk weten dat we goed bezig zijn.

Daarom heeft het ontbreken van erkenning zo'n krachtig effect. Het gaat zelden om een ontbrekend cadeautje of een formele bonus. Het gaat om de stille bevestiging dat je er bent en dat je bijdrage ergens binnenkomt.

Waarom wachten averechts werkt

De voor de hand liggende reactie is wachten tot anderen het zien. Dat klinkt redelijk. Goed werk verdient erkenning, daar hoeft jouw inzet niet voor nodig te zijn.

Maar wachten heeft een prijs. Hoe langer je wacht, hoe meer je je werk gaat bekijken door de bril van wat ontbreekt. Je gaat je inzet meten aan de waardering die niet komt, en dat doet iets met je betrokkenheid.

Wachten verandert ook iets in hoe je je naar anderen verhoudt. Mensen voelen het wanneer iemand met een onuitgesproken rekening loopt. De relatie wordt stroever, voorzichtiger. Precies de richting waar je niet naartoe wilde.

Je gevoel is daarmee niet ongegrond. Maar de uitweg ligt zelden in nog langer afwachten.

De wederkerigheid van zien

Iets wat ik als leiderschapscoach steeds opnieuw zie bevestigd: de mensen die het meest gerespecteerd worden in hun team, zijn vaak degenen die zelf het meest waardering uitspreken.

Dat is geen toeval. Wie oprecht ziet wat anderen doen, traint daarmee de eigen blik. Je gaat scherper opmerken wat er goed gaat in je omgeving en je krijgt meer gevoel voor de kwaliteiten van de mensen om je heen. Tegelijkertijd creëer je een veld waarin het normaler wordt om elkaar te erkennen.

Het voortouw nemen op dit punt is een vorm van persoonlijk leiderschap. Je verlegt de focus van wat jou ontbreekt naar wat je toevoegt. In de praktijk komt waardering dan vaak ook jouw kant op, niet als afspraak, maar als natuurlijk gevolg van een veranderd patroon.

Een uitdaging van tien dagen

Als je dit serieus wilt proberen, hier een concrete oefening. Spreek de komende tien dagen welgemeende waardering uit naar drie verschillende collega's. Iemand boven je, iemand onder je, iemand naast je. De spreiding maakt het uit.

Oprechtheid is voorwaarde. Spontaniteit niet. Met een paar gerichte vragen kom je er meestal:

Wie heeft recent meer voor je gedaan dan strikt nodig was? Welke last is daardoor van jouw schouders gehaald?

Welke collega heeft een eigenschap die je echt waardeert? Geduld, scherpe analyse, het vermogen om rust te brengen in spannende vergaderingen. Benoem wat het is en waarom het je raakt.

Wie heeft de afgelopen tijd de sfeer in het team beter gemaakt? Wat is daar concreet uit voortgekomen?

Wie gaf jou een advies dat verschil heeft gemaakt? Erken dat het advies effect heeft gehad.

Als je het niet ter plekke gezegd krijgt, schrijf het op. Stuur een berichtje. Breng het in tijdens je volgende 1:1. De vorm is minder belangrijk dan dat je het echt zegt.

Als je leidinggevende bent

Voor managers en leiders ligt er nog een extra verantwoordelijkheid. Jouw waardering weegt zwaarder dan die van een collega, simpelweg omdat hiërarchie zo werkt. Mensen kijken naar wat je opmerkt en wat je voorbij laat gaan.

Een veelvoorkomende valkuil: je dénkt iets te zeggen, maar zegt het niet. De gedachte is geweest, het werk gaat door, en de medewerker hoort niets. Voor jou is het een ongeschreven compliment, voor hen is het stilte.

Maak er een gewoonte van. Geen wekelijkse plichtronde, maar een natuurlijke reflex. Zie je iets wat klopt, zeg het. En zeg het specifiek. "Goed gedaan" is dunnetjes. "Ik vond hoe jij dat klantgesprek aanpakte echt sterk, vooral toen je doorvroeg op die budgetkwestie" landt anders.

Naarmate AI meer technische taken overneemt, wordt het menselijke deel van werk belangrijker. Echt zien wat anderen doen is misschien wel de meest menselijke handeling in een werkomgeving. Het onderscheidt je als leider.

Wanneer waardering structureel uitblijft

Soms doe je dit allemaal en gebeurt er weinig. Je geeft, je investeert, je let op. Maar er komt niets terug en de cultuur beweegt niet mee.

Dan ligt er een ander gesprek. Er zit iets vast in de bredere dynamiek. Misschien is de leiding gesloten of vooral gericht op fouten. Misschien past de organisatiecultuur slecht bij wat jij belangrijk vindt. Misschien zit je op een plek die niet meer bij je past.

Dat zijn vragen die niet door één blogpost worden opgelost. Maar het zijn wel vragen die je serieus mag nemen wanneer je merkt dat je invloed echt nergens landt. Kritisch kijken naar je eigen leiderschapsstijl, of naar de omgeving waarin je werkt, hoort daarbij.


Een laatste gedachte

Waardering is geen luxe. Het is hoe mensen ervaren dat hun werk telt. Wachten tot iemand anders het ziet kan langzaam aan je trekken. Het zelf in beweging zetten geeft je iets van die regie terug.

Eén waarschuwing: doe het niet om iets terug te krijgen. Mensen voelen het verschil tussen oprechte erkenning en strategische erkenning binnen tien seconden. Doe het omdat je echt vindt dat het verdiend is. Wat je terugkrijgt komt vanzelf, of niet, en in beide gevallen is het in orde.

Wil je hier dieper op ingaan in jouw eigen situatie? Coaching voor leidinggevenden helpt om dit soort patronen scherper te zien en in beweging te krijgen. Voor leidinggevenden op directieniveau biedt executive coaching amsterdam een verdere verdieping. En voor organisaties die structureel aan een waarderingscultuur willen werken, biedt leiderschapstraining het kader waarin dit kan landen.

Plan een vrijblijvende kennismaking via contact. Geen verkoop. Gewoon een goed gesprek.

Moet Je Teamleden Complimenteren? Het Eerlijke Antwoord

Leadership coaching Amsterdam | David Buirs

Moet Je Teamleden Complimenteren? Het Eerlijke Antwoord

David Buirs is leiderschapscoach in Amsterdam. Dit artikel behandelt de veelvoorkomende zorg van managers over het complimenteren van hun team, of waardering leidt tot gemakzucht, en hoe specifieke, oprechte waardering echt klinkt. Je leert waarom het ongemak van complimenten geven vaak een bruikbaar signaal is over je eigen leiderschap.

Wat doe je eigenlijk als iemand op werk tegen je zegt dat hij iets wat je deed echt waardeerde?

Veel van ons mompelen "oh dat was niks" en gaan snel door met het gesprek. We schuiven het weg voordat het kan landen. De schijnwerper voelt ongemakkelijk, zelfs als die vriendelijk is.

Als waardering ontvangen al zo ongemakkelijk voelt, is het geen wonder dat we het zelf ook zelden geven.

Wordt mijn team er niet lui van?

Een zorg die ik vaak hoor van managers: wordt mijn team niet lui als ik ze te veel complimenteer? Stoppen mensen dan niet met zichzelf pushen als ze zich te goed voelen over hun werk?

Op het eerste gezicht klinkt dat logisch. Comfort maakt lui, toch?

Maar kijk eens wat eronder ligt. Die angst gaat ervan uit dat mensen zich net niet goed genoeg moeten voelen om te blijven proberen. Dat de afwezigheid van waardering de prestaties hoog houdt.

Het tegenovergestelde ligt dichter bij wat ik in de praktijk zie. Mensen die zich echt gezien voelen op hun werk leggen de lat hoger voor zichzelf, niet lager. Ze werken harder, niet zachter. Omdat ze geen energie meer verspillen aan de vraag of iemand het heeft opgemerkt.

Hoe je met jezelf praat is hoe je met je team praat

Denk eens aan hoe je tegen jezelf praat na iets goed gedaan te hebben. De meesten van ons staan er niet bij stil om er goed over te voelen. We gaan meteen door naar het volgende op de lijst.

We zijn geprogrammeerd om hard voor onszelf te zijn. De innerlijke criticus staat altijd aan. Voor veel leiders grenst zelfevaluatie aan zelfverhoor.

Dus warmte geven aan iemand anders over zijn werk kan vreemd voelen. Het is niet de taal die je met jezelf spreekt. Als je innerlijke dialoog wordt gedomineerd door wat nog beter moet, kan een moment van warmte naar iemand anders off-brand voelen. Bijna oneerlijk, zelfs als het helemaal echt is.

Daarom begint het werk van complimenten geven vaak met kijken hoe je jezelf behandelt. De vrijgevigheid die je niet naar binnen kunt geven, is moeilijk naar buiten te sturen.

Wat er echt gebeurt als je het doet

Uit mijn eigen jaren als manager, en uit het werken met managers die dit bewust oefenen: het werkt. Mensen gaan meer om hun werk geven. Verbinding neemt toe. Betrokkenheid volgt.

Maar er gebeurt ook iets menselijkers. Mensen voelen zich minder alleen op hun werk. Ze brengen wat meer van zichzelf mee naar het team. Ze zijn eerder bereid om risico's te nemen, dingen te proberen, iets te zeggen zonder elke zin met voorbehouden te omgeven.

Je merkt dat ze met meer gewicht komen opdagen, niet minder. Met meer ownership, niet minder.

Hoe een echt compliment klinkt

Hier lopen veel managers vast. "Goed gedaan" komt niet aan. Het is te generiek. Het kan op iedereen van toepassing zijn. Het brein verwerkt het als achtergrondruis, op dezelfde manier als "hoe gaat het" in een gang.

Een echt compliment is specifiek. Het benoemt wat de persoon deed, waarom het belangrijk was, en wat je opmerkte in hoe hij het deed.

"Ik zag hoe je gisteren die vraag van finance afhandelde. Je bleef rustig, gaf ze de cijfers, en liet je niet meetrekken in de drama. Dat vroeg om discipline."

Dat landt. Omdat het bewijst dat je aandacht hebt gehad.

De meeste mensen hebben zoiets nog nooit te horen gekregen op hun werk. Niet één keer in hun carrière. De eerste keer dat je het doet, zie je ze soms even niet weten wat ze ermee aan moeten. Zo zeldzaam is dit soort erkenning.

Het ongemak is het signaal

Als complimenten geven op deze manier ongemakkelijk voelt, is dat bruikbare informatie. Het vertelt je waar je klein bent gebleven als leider.

Joseph Campbell schreef over de grot die je vreest te betreden als de plek waar de schat ligt. Rond complimenten zie ik dit patroon vaak terug in coaching. Het gesprek dat net niet lekker voelt, is vaak precies het gesprek dat alles in beweging zou brengen.

Stap deze week buiten je comfortzone. Je team heeft nodig om wat meer te zien van wat jij al over ze denkt.

Waar dit terugkomt in coaching

Een van de patronen waar we vaak aan werken in leiderschapscoaching is precies dit. Managers die hun team scherp zien, die er oprecht om geven, maar bij wie het team daar niets van merkt. Omdat die waardering nooit hardop wordt uitgesproken.

Voor leiders op directieniveau wordt dit nog scherper. Senior leiders worden vaak emotioneel minder zichtbaar naarmate ze stijgen, niet meer. Teams lezen stilte als onverschilligheid. In executive coaching werken we aan hoe je warm en aanwezig blijft zonder de kalmte te verliezen die de rol vraagt.

Organisaties die deze cultuur over de hele managementlaag willen, hebben meer nodig dan individueel werk. Daar komt management training in beeld. Het structureel inbouwen van erkenning en feedback in de teamvaardigheden, in plaats van hopen dat elke manager het een voor een zelf uitvogelt.

Een uitnodiging voor deze week

Kies deze week twee mensen uit je team. Vertel ze iets echts over hun werk. Specifiek. Concreet. Zonder agenda eraan vast.

Kijk wat er met je eigen energie gebeurt daarna. Merk op wat er met het gesprek gebeurt. Merk op wat er gebeurt de volgende keer dat je ze ziet.

Wil je hier gerichter aan werken als leider, dan kun je altijd een gratis kennismaking plannen. Geen verplichtingen. Gewoon een gesprek over waar je staat en waar je naartoe wilt.

Empathie voor Executives: Hoe macht je brein verandert

Leadership coaching Amsterdam | David Buirs

Empathie voor Executives: Hoe Macht je Brein Verandert

David Buirs is leadership en executive coach in Amsterdam. Dit artikel onderzoekt hoe macht empathie neurologisch aantast bij senior leidinggevenden, hoe dat verlies de kwaliteit van informatie corrumpeert waarop executives hun beslissingen baseren, en wat je daar actief aan kunt doen.

Er is een specifiek moment dat de meeste senior leidinggevenden zich herinneren.

Niet de promotie. Niet de eerste boardvergadering. Het moment waarop ze doorhadden dat niemand in de kamer het nog met ze oneens ging zijn.

Het voelt als respect. Misschien zelfs als helderheid. Iedereen aligned, beslissingen gaan snel, geen weerstand. Maar dat gevoel is de moeite waard om bij stil te staan. Want wat op alignment lijkt, is vaak iets anders. Mensen zijn gestopt met je de echte informatie te geven.

Daar wordt empathie een leiderschapsprobleem. Geen gevoelsprobleem. Een intelligentieprobleem.


Wat Macht met je Brein Doet

In 2003 begon psycholoog Dacher Keltner aan de UC Berkeley met een reeks onderzoeken naar wat macht feitelijk met het menselijk brein doet. De bevindingen waren ongemakkelijk.

Wanneer mensen autoriteit krijgen, reageert het brein met een dopaminestoot. Die stoot drijft vertrouwen, daadkracht en actie. Nuttig. Maar hetzelfde neurologische proces dat je bekwamer laat voelen, botst ook de circuits af die verantwoordelijk zijn voor het lezen van andere mensen.

Keltner noemde dit de Power Paradox. Precies datgene wat je naar de top brengt, werkt tegen je zodra je er bent.

In de praktijk betekent dit dat mensen met meer macht meetbaar slechter worden in het herkennen van emoties bij anderen. Meetbaar slechter. Ze onderbreken vaker. Ze luisteren minder. Ze nemen impulsievere beslissingen. En ze overschatten consequent hoe goed ze de mensen om hen heen begrijpen.

Dit is een neurologisch patroon, geen karakterfout. En het wordt sterker naarmate de senioriteit toeneemt.


Je Informatienetwerk Verslechtert

Hier wordt het serieus op executive niveau.

Elke beslissing die je neemt, hangt af van de kwaliteit van de informatie die je ontvangt. Je gevoel bij het team. Je inschatting van het moraal. Wat mensen niet zeggen in vergaderingen. Of dat project echt op schema ligt, of dat iedereen je verwachtingen zit te managen.

Wanneer empathie verslechtert, doet de kwaliteit van die informatie dat ook.

Mensen stoppen niet met je te informeren. Ze beginnen te selecteren wat ze delen. Een directe medewerker merkt dat je onder druk staat en verzacht de update. Iemand in het leiderschapsteam besluit dat dit niet het juiste moment is om de zorg te uiten. Een probleem dat vroeger in een een-op-een bovenkwam, wordt nu stilletjes om je heen gemanaged.

Je ontvangt nog steeds informatie. Die is alleen niet meer accuraat.

Dit is de isolatiedynamiek die senior leidinggevenden zelden zien aankomen, omdat er niets van buiten is dat het aankondigt. De vergaderingen gaan door. Mensen knikken. Je voelt je geïnformeerd. Maar op een gegeven moment opereer je op een gecureerde versie van de werkelijkheid, samengesteld door mensen die jouw stemming, stressniveau en geduld zitten te lezen.

Je vermogen om dat op te merken hangt bijna volledig af van je empathisch bereik.

Sommige leidinggevenden proberen dit direct op te lossen. Ze zeggen tegen hun team: “Ik wil dat je eerlijk tegen me bent.” Een goed instinct. Maar een zin creëert geen veiligheid. Mensen delen wat ze echt denken wanneer ze zich oprecht gehoord en begrepen voelen. Wanneer ze door de tijd heen hebben ervaren dat iets ongemakkelijk delen hen niets heeft gekost. De vraag werkt pas als de relatie hem al ondersteunt.


Het Schaalprobeem

Voor een teamleider treft een blinde vlek een team van vijf. Voor een executive werkt diezelfde blinde vlek door in lagen van de organisatie.

Google’s Project Aristotle onderzocht honderdtallen interne teams om te begrijpen wat high-performing groepen onderscheidt van gemiddelde. De grootste voorspeller van teamprestaties bleek geen talent, ervaring of proces. Het was psychologische veiligheid. De mate waarin mensen het gevoel hebben dat ze kunnen spreken, risico’s kunnen nemen en slecht nieuws kunnen delen zonder angst voor oordeel of gevolgen.

Psychologische veiligheid volgt het gedrag van de persoon met de meeste macht in de kamer. Wanneer senior leidinggevenden oprechte nieuwsgierigheid tonen naar wat mensen denken en voelen, geeft dat anderen toestemming hetzelfde te doen. Wanneer dat ontbreekt, gaat dat signaal snel naar beneden. Middenmanagers stoppen met vragen stellen. Teamleiders stoppen met vragen stellen. Uiteindelijk wordt de organisatie heel goed in het laten zien dat alles prima is.

Lage empathie bij executives en lage psychologische veiligheid bewegen samen. De een produceert stilletjes de ander.

Het Center for Creative Leadership doet al decennia onderzoek naar waarom executives ontsporen. Hun onderzoek laat consequent zien dat de voornaamste reden waarom senior leidinggevenden falen geen strategie is. Moeite met relaties, een onvermogen om de sfeer te lezen, een reputatie van niet luisteren. Dat zijn de patronen die carrières op topniveau beëindigen. Een verlies van verbinding, meer dan een verlies van competentie.


Het Signaal Herstellen

Empathie op executive niveau gaat over actief compenseren voor wat macht wegneemt.

Begin met de aanname dat je waarschijnlijk een gecureerde versie van de werkelijkheid ontvangt, en structureer je gesprekken om dat tegen te gaan. Creëer genoeg veiligheid zodat mensen niet het gevoel hebben dat ze je moeten beschermen tegen het nieuws.

Een van de meest effectieve dingen die je kunt doen is eerlijke feedback publiekelijk belonen. Wanneer iemand je een moeilijke waarheid geeft, een echte zorg, informatie die je niet wilde horen, benoem dat. Vertel de kamer dat dit soort input waardevol voor je is. Dat je er meer van wil. Stel vragen die oprechte openheid signaleren: “Wat waardeer je aan hoe we de organisatie runnen? En wat is één ding dat we beter kunnen doen?” De specificiteit telt. Vage vragen krijgen vage antwoorden.

Perspectief nemen is ook de moeite waard als bewuste oefening. Neem voor een moeilijke boodschap, een reorganisatie of een strategische beslissing die mensen raakt, vijf minuten om je voor te stellen hoe het er vanuit hun positie uitziet. Om de beslissing beter te maken. En om de blinde vlekken te vermijden die vertrouwen beschadigen op een manier die jaren kost om te herstellen.


Het brein dat je naar de top bracht, werkt tegen je als je het ongecheckt laat lopen.

Empathie houdt je informatie accuraat, je cultuur eerlijk en je leiderschap echt.

De executives die het langst meegaan blijven oprecht nieuwsgierig naar de mensen om hen heen. Omdat ze zonder die nieuwsgierigheid vliegen op slechte data.


Als dit iets is waar je mee bezig bent, is executive coaching precies voor dit soort vraagstukken gemaakt. Voor organisaties die deze capaciteit breder willen ontwikkelen in hun leiderschapslaag, is management training een logische vervolgstap. En als je je specifieke situatie wil bespreken, plan hier een gratis kennismaking. Geen verplichtingen, geen verkooppraatje.

Van manager naar directeur: de overgang die niemand je uitlegt

David Buirs | Leadership & Executive Coach

Van manager naar directeur: waarom de overgang groter is dan je dacht

David Buirs is executive coach in Amsterdam. Dit artikel beschrijft de zes grootste uitdagingen in de transitie van manager naar directeur: van loslaten en strategisch denken tot omgaan met onzekerheid en het opdrogen van eerlijke feedback. Hij legt uit hoe executive coaching helpt om deze overgang bewust en effectief te maken.

Je hebt jaren nagedacht over dit moment. Je wist wat er van je gevraagd zou worden. Je had het van dichtbij gezien.

En toch. De eerste maanden als directeur voelden anders dan verwacht.

Niet slechter per se. Maar onwenniger. Alsof de spelregels waren veranderd en niemand je dat had verteld.

Dat klopt. Ze zijn veranderd.

Onderzoek van IMD onder 1350 HR-professionals laat zien dat leiderschapstransities de moeilijkste momenten zijn in de loopbaan van een leider. Niet de zwaarste projecten. Niet de lastigste reorganisaties. De transitie zelf.

Dit zijn de zes dingen waar nieuwe directeuren het vaakst tegenaan lopen.


1. Wat je hier bracht, brengt je niet verder

Als manager won je door te weten. Door te doen. Door problemen op te lossen voordat ze escaleerden.

Dat gedrag maakte je succesvol. Het wordt je op directieniveau ook je grootste valkuil.

Een directeur die blijft opereren als manager stuurt te dicht op de inhoud. Neemt beslissingen die zijn managers zelf hadden moeten nemen. Bouwt zonder het te willen een team dat naar haar kijkt voor antwoorden, in plaats van zelf te denken.

De overgang vraagt iets wat bijna tegennatuurlijk voelt: loslaten. Juist als alles nieuw en onzeker is.


2. Je wordt nu betaald om te denken, niet om te doen

Als manager was je dag vol. Meetings, besluiten, brandjes, mensen. Aan het einde van de dag had je iets gedaan.

Als directeur ziet je agenda er misschien vergelijkbaar uit. Maar de werkelijke waarde die je levert zit ergens anders. In de kwaliteit van je denken. In de vragen die je stelt aan je managers. In de richting die je bepaalt.

Dat is wennen. Productiviteit voelt minder tastbaar. Je kunt aan het einde van de dag moeilijker zeggen wat je hebt bereikt.

En dus glijden veel nieuwe directeuren terug in de operatie. Niet uit onwil. Uit gewoonte. En omdat het vertrouwder voelt.


3. De meeste strategieën zijn geen strategie

Op directieniveau wordt strategie plotseling jouw verantwoordelijkheid. En dat is precies waar het voor veel leidinggevenden misgaat.

Want wat de meeste organisaties een strategie noemen, is een lijst met doelen. Hogere omzet. Betere retentie. Meer marktaandeel. Mooie ambities. Maar geen strategie.

Een echte strategie is iets anders. Het is een creatieve en slimme keuze over hoe je mensen en middelen inzet om de grootste obstakels op weg naar die doelen te overbruggen. Het benoemt wat je niet doet. Het maakt keuzes die pijn doen.

Dat vraagt een manier van denken die de meeste managers nooit hebben hoeven ontwikkelen. Niet omdat ze er niet toe in staat zijn, maar omdat het er nooit van gevraagd werd.


4. Je invloed werkt nu via anderen

Als manager had je een team. Je wist wie er goed in was wat. Je kon bijsturen, coachen, ingrijpen.

Als directeur werk je grotendeels door je managers heen. Jouw impact is indirect geworden. Je wekelijkse 1-op-1s met je managers zijn nu de plek waar het meeste werk feitelijk plaatsvindt.

Dat is een fundamenteel andere manier van invloed uitoefenen. En buiten je eigen afdeling wordt het nog complexer. Je hebt resultaten nodig via mensen die niet aan jou rapporteren. Dat vraagt om allianties, vertrouwen, politiek inzicht. Vaardigheden waar je in je vorige rol nauwelijks op werd beoordeeld.


5. Er is geen handleiding meer

Als manager was er altijd een kader. Een strategie van boven. Doelen die waren bepaald. Een leidinggevende die je kon raadplegen.

Als directeur ben jij dat kader voor anderen. Jij bepaalt mede de richting. Jij geeft antwoord op vragen waar jijzelf ook het antwoord niet altijd op weet.

Dat vraagt iets wat weinig mensen expliciet hebben geleerd: comfortabel zijn met onzekerheid. Beslissingen nemen op basis van onvolledige informatie. Koers houden terwijl de situatie blijft veranderen.

En tegelijkertijd kalm en helder overkomen naar je team. Want jouw onzekerheid wordt door anderen gevoeld. Ze kijken naar jou om richting. Ook als jij die richting zelf nog aan het bepalen bent.


6. Feedback droogt op

Als manager kreeg je nog redelijk eerlijke terugkoppeling. Van je eigen leidinggevende, van collega's, soms van je team.

Op directieniveau stopt dat grotendeels. Mensen filteren. Ze zeggen wat ze denken dat je wilt horen. Of ze zwijgen. Je hoort steeds minder wat er werkelijk speelt.

Je bouwt zo een vertekend beeld op van hoe je functioneert, hoe je overkomt, waar je blinde vlekken zitten. Zonder dat je het doorhebt.


Waarom dit het moment is om een sparringpartner te zoeken

Dit zijn geen tekortkomingen. Dit is de transitie. Iedereen die eerlijk is over zijn eerste jaren als directeur herkent een deel van dit lijstje.

Maar herkenning alleen lost het niet op.

Want al deze uitdagingen hebben iets gemeen: je kunt ze moeilijk van binnenuit oplossen. Je bent te dichtbij. Je hebt te weinig eerlijke terugkoppeling. Je mist iemand die de vragen stelt die je zelf niet stelt, omdat je midden in de situatie zit.

Precies dat is waar executive coaching het verschil maakt.

Niet als therapie. Niet als cursus strategisch denken. Maar als een vaste, vertrouwelijke ruimte met iemand die het begrijpt. Die je helpt de juiste dingen los te laten. Die je scherp houdt op je blinde vlekken. Die met je meekijkt naar de vraagstukken die je niet kunt bespreken in de organisatie.

Of het nu gaat om het leren loslaten van de operatie, het bouwen van een echte strategie, het navigeren van complexe politiek, of gewoon het vinden van rust in een rol die veel van je vraagt. In een coachingtraject werk je aan de concrete situaties die nu spelen. Niet aan abstracte leiderschapstheorie.

Het verschil tussen wie vastloopt in deze transitie en wie erdoorheen groeit, zit zelden in talent. Het zit in of je iemand hebt die je helpt de goede vragen te stellen op het moment dat het er het meest toe doet.

Voor organisaties die hun leidinggevenden op meerdere niveaus willen versterken, is een leiderschapsprogramma een logische volgende stap.


Ben je recent directeur geworden, of sta je op het punt die stap te zetten? Plan een gratis kennismakingsgesprek. Geen verkooppraatje. Gewoon een eerlijk gesprek over waar je nu staat.

Plan je gratis gesprek hier.

Eenzaam aan de top: wat niemand je vertelt

David Buirs Leiderschapscoach & Managementtrainer

Eenzaamheid aan de top: waarom zoveel directeuren het alleen dragen

David Buirs is leiderschapscoach en executive coach in Amsterdam. In dit artikel beschrijft hij de eenzaamheid die veel directeuren en senior leidinggevenden ervaren aan de top van een organisatie. Hij legt uit waarom executive coaching een effectieve manier is om die last niet langer alleen te dragen.

Je hebt bereikt wat je wilde. De titel, de verantwoordelijkheid, de invloed.

En toch is er iets wat je zelden hardop zegt.

Dat je het eigenlijk best eenzaam vindt.


Iedereen wil iets van je. Niemand ziet het geheel.

Je team wil meer salaris. Je begrijpt het. Maar het budget is beperkt en de keuzes die je maakt zijn ingewikkelder dan ze van buitenaf lijken.

Er zijn drie mensen die die promotie verdienen. Je kunt er maar een kiezen. De andere twee zullen teleurgesteld zijn, misschien gefrustreerd. Dat weet je van tevoren. En je draagt dat al weken voordat je de beslissing neemt.

Je CEO verwacht groei. De board wil marges. Klanten willen aandacht. Aandeelhouders willen rendement. En jij staat daartussenin, elke dag weer, proberend koers te houden zonder iemand te verliezen.

Bovenop dat alles: de dynamiek in je management team zelf. Ego's die botsen. Communicatieproblemen die je al maanden ziet aankomen maar nog niet hebt kunnen oplossen. Iemand die zijn rol te groot maakt. Iemand die te klein speelt.

Je wil een heldere strategie neerzetten. Een visie waar mensen achter gaan staan. Maar eerst moet je weer een brandje blussen. En daarna nog een.


Je kunt het niet volledig delen.

Het lastige aan jouw positie is dit: je kunt niet alles bespreken met de mensen om je heen.

Niet met je team. Zij kennen niet alle belangen die meespelen. Sommige informatie is vertrouwelijk. En jij bent hun leidinggevende. Ze kijken naar je voor richting, niet om jouw twijfels op te vangen.

Niet altijd met collega's op hetzelfde niveau. Soms zijn zij ook betrokken partij.

Niet altijd met vrienden of partner. Ze begrijpen de context niet, of ze maken zich zorgen op een manier die niet helpt.

En dus draag je het. Grotendeels alleen.

Dat is geen zwakte. Dat is de realiteit van leiderschap op dit niveau.


Je bent niet de enige die dit zo ervaart.

Onderzoek van Stanford Graduate School of Business bevestigt het. Bijna twee derde van de CEO's ontvangt geen coaching of leiderschapsadvies van buitenaf. Tegelijkertijd gaf vrijwel 100% van hen aan open te staan voor coaching en verandering op basis van feedback.

De bereidheid is er. Het contact niet.

En 70% van de Fortune 500-bedrijven gebruikt executive coaching als onderdeel van hun leiderschapsstrategie. Op het hoogste niveau van het bedrijfsleven is een coach allang geen luxe meer. Het is standaard.

Niet omdat die directeuren het niet aankunnen. Maar omdat ze begrijpen dat je jezelf niet volledig objectief kunt zien. Dat blinde vlekken geen teken zijn van incompetentie, maar van menselijkheid.


Wat een goede sparringpartner doet.

Een executive coach is geen adviseur die je vertelt wat je moet doen. En geen therapeut die je gevoel centraal stelt.

Het is een professionele gesprekspartner die je scherp houdt. Die de vragen stelt die je zelf niet stelt, omdat je er te dichtbij zit. Die een spiegel voorhoudt zonder een agenda te hebben.

Je kunt zeggen wat je niet kwijt kunt in de organisatie. Hardop denken over een beslissing die je al weken met je meedraagt. Patronen ontdekken in hoe je reageert op druk, op conflict, op onzekerheid.

Soms heb je iemand nodig die vraagt: "Wat maakt dit zo zwaar voor je?" Soms heb je iemand nodig die zegt: "Zo kan je dit gesprek aanpakken." Soms heb je gewoon iemand nodig die het snapt.

Dat is precies wat executive coaching biedt. Geen vaste formule. Wel een vaste ruimte.


Over het nut van een buitenperspectief.

Een van de moeilijkste dingen aan een hoge positie is dit: je krijgt steeds minder eerlijke feedback.

Mensen om je heen filteren. Ze zeggen wat ze denken dat je wilt horen. Of ze zwijgen, omdat het te risicovol voelt om kritiek te uiten aan iemand die invloed heeft op hun positie.

Daardoor bouw je een vertekend beeld op van hoe je overkomt. Van hoe je beslissingen landen. Van wat je blinde vlekken zijn.

Dat is geen persoonlijk falen. Dat is de structuur van de meeste organisaties.

Een coach heeft geen belang bij jouw goede humeur. Die zegt wat er is. Dat is precies waarom het werkt.

Voor organisaties die dit structureel willen aanpakken en leidinggevenden op meerdere niveaus willen versterken, is een leiderschapsprogramma een effectieve volgende stap.


De eenzaamheid verdwijnt niet. Maar je hoeft hem niet alleen te dragen.

Leiderschap op jouw niveau brengt een last mee die anderen niet zien. Dat hoort erbij. Dat verdwijnt niet.

Maar er is een verschil tussen die last alleen dragen, en die last dragen met iemand naast je die het begrijpt.

Als je nieuwsgierig bent of executive coaching iets voor jou is, plan dan een gratis kennismakingsgesprek. Geen verkooppraatje. Gewoon een eerlijk gesprek over waar je nu staat en wat je nodig hebt.

Plan je gratis gesprek hier.

Je medewerker accepteert jou niet als leidinggevende

Leiderschapscoach Amsterdam | David Buirs

De ene factor die goede leiders onderscheidt van middelmatige

David Buirs is leiderschapscoach en managementtrainer in Amsterdam en begeleidt leidinggevenden bij vraagstukken over invloed, autoriteit en teamdynamiek. Dit artikel beschrijft de ene factor die bepaalt of leiderschap werkt, en wat je doet als een medewerker jou niet accepteert als leidinggevende. De lezer leert hoe je de oorzaak analyseert en het juiste gesprek aangaat.

Iemand in je team accepteert jou niet als leidinggevende.

Je ziet het aan kleine dingen. Oogcontact dat net iets te snel wegkijkt. De manier waarop ze reageren als jij een beslissing neemt. Wat ze niet zeggen in vergaderingen, terwijl de rest dat wel doet.

Je bent het al een tijdje aan het observeren. En ergens, op de achtergrond, begint een gedachte te kriebelen.

Ik ben de leidinggevende. Ze moeten naar me luisteren. En als dat niet zo is, moeten ze misschien weg.

Wacht even. Want voordat we bespreken wat je moet doen, is er iets wat de hele situatie in een ander licht zet.

Het succes van jouw leiderschap wordt bepaald door de bereidheid van je team om jou te volgen.

Niet jouw titel. Niet jouw ervaring. Niet de kwaliteit van jouw ideeën. Of mensen er bewust voor kiezen om jou te volgen.

Waarom die ene zin meer zegt dan de meeste leiderschapsboeken

In 2024 publiceerden de psychologen Alex Haslam, Mats Alvesson en Stephen Reicher een artikel in The Leadership Quarterly dat veel doorprikt van wat er over leiderschap wordt geleerd. Ze noemden het 'Zombie Leadership': overtuigingen die keer op keer zijn weerlegd door onderzoek, maar toch blijven rondlopen.

De hardnekkigste: dat leiderschap over de leider gaat.

Hun conclusie is helder. Leiderschap wordt bewezen door volgerschap. Zonder dat stelt een titel niets voor.

Als iemand in jouw team jou niet accepteert als leidinggevende, is dat geen vervelend personeelsprobleem dat vanzelf overwaait. Het is een signaal dat jouw leiderschap in die specifieke relatie niet functioneert. En een relatie die niet functioneert, lost zichzelf niet op door hem te negeren of af te dwingen.

De meeste leidinggevenden reageren op dat signaal met defensiviteit. De beste worden nieuwsgierig.

Nieuwsgierig worden begint met de juiste vraag

De verkeerde vraag is: hoe zorg ik dat deze persoon zich gewoon aan de afspraken houdt?

De juiste vraag is: wat ligt hier eigenlijk achter?

Er zijn vier oorzaken die het vaakst terugkomen.

Jouw reputatie. Hoe word jij gezien in de organisatie, nog voordat je een vergadering binnenloopt? Soms is er stilletjes een beeld gevormd dat tegen je werkt. Dat is ongemakkelijk om te horen. Het is ook nuttig om te weten.

Iets wat er is gebeurd. Een beslissing die verkeerd viel. Een opmerking in een overleg die anders landde dan bedoeld. Mensen slaan zulke momenten op en trekken er conclusies uit die ze nooit hardop zeggen. De leidinggevende die dat weet te achterhalen, heeft echte informatie in handen.

Onverwerkte teleurstelling. Heeft deze medewerker zelf op jouw rol gerekend? Die teleurstelling komt zelden als teleurstelling naar boven. Ze komt als weerstand. Leidinggevenden die dat herkennen, reageren met erkenning in plaats van druk, en dat verandert de hele dynamiek.

Frustratie die eigenlijk niet over jou gaat. Soms ben jij het dichtstbijzijnde gezicht van een organisatie waar iemand zijn vertrouwen in heeft verloren. Je bent niet de oorzaak. Je bent het doelwit. Middelmatige leidinggevenden vatten dat persoonlijk op. Goede leidinggevenden vragen zich af wat eronder zit.

Weten welke van deze vier speelt, bepaalt wat de juiste volgende stap is. Zonder dat ben je bezig met het verkeerde probleem.

Het gesprek dat goede leidinggevenden niet uitstellen

Als je een beeld hebt van wat er speelt, ga je het gesprek aan.

Crucial Conversations, het boek van Patterson en Grenny over moeilijke gesprekken, beschrijft een principe dat hier precies van toepassing is: begin niet met het probleem, maar met wat je allebei wilt. Het gemeenschappelijke doel eerst. Dan het moeilijke deel.

"Ik wil dat dit team goed functioneert. Ik denk dat jij dat ook wil. En ik merk dat er iets in onze samenwerking niet lekker loopt. Dat wil ik liever begrijpen dan laten zitten."

Dan benoem je het. Direct, rustig, zonder beschuldigingen.

Dat vraagt meer moed dan escaleren naar HR. Maar het bouwt iets wat formele autoriteit nooit kan bouwen: echte invloed. De soort die niet afhangt van wat er op het organogram staat.

Teams merken het als een leidinggevende iets ongemakkelijks niet uit de weg gaat. Dat verandert hoe ze naar jou kijken. En na verloop van tijd verandert het ook hoe bereid ze zijn om jou te volgen.

Wat dit op de lange termijn oplevert

Elke leidinggevende komt dit op een gegeven moment tegen. Degenen die het goed aanpakken, houden er iets aan over wat de anderen niet hebben: een scherper gevoel voor hoe invloed echt werkt.

Want invloed is niet het doel. Het is wat het doel mogelijk maakt. Als mensen jou oprecht volgen, kun je beginnen met waar je het eigenlijk voor doet: je team ergens naartoe leiden dat de moeite waard is, mensen om je heen laten groeien, of welk ander doel dan ook dat het verdient om nagestreefd te worden.


Als dit iets is waar je nu middenin zit en je wil het een keer doorpraten met iemand die er zelf doorheen is gegaan, plan dan een gratis kennismaking via davidbuirs.com/contact/.

Leidinggevenden die hier structureel aan willen werken, vinden een goede basis in business coaching voor leidinggevenden. Op senior of directieniveau biedt executive coaching een verdiepende aanpak. Voor organisaties die hun leidinggevenden hierin willen versterken, is een leiderschapstraject de meest duurzame investering.

Bron: Haslam, Alvesson & Reicher (2024). Zombie Leadership: Dead ideas that still walk among us. The Leadership Quarterly.

Leiderschaps Consultancy Amsterdam | David Buirs

David Buirs | Leadership Coach & Management Trainer

De leiderschapskloof die zichtbaar wordt als je begint te groeien

David Buirs is een leiderschapsconsultant en coach in de regio Amsterdam die werkt met managers, leidinggevenden en organisaties in het Nederlands en Engels. Hij biedt één-op-één leiderschapscoaching, incompany managementtraining en strategisch advies voor HR-directeuren en senior management. Dit artikel gaat over waarom leiderschapsontwikkeling geen strategische prioriteit krijgt, wat de data daarover zegt en hoe je die kloof in de praktijk dicht.

Er is een moment dat de meeste scale-ups herkennen.

Het is geen crisis. Het is stiller dan dat.

Het is het moment waarop iemand zegt: "Ik weet eigenlijk niet meer bij wie ik hiermee naartoe moet." Of waarop een beslissing die vroeger twintig minuten kostte, nu vier meetings vergt. Of waarop een manager naar jou toekomt omdat hij niet weet hoe hij iemand in zijn team moet aanspreken, en jij merkt dat je het antwoord ook niet kant-en-klaar hebt.

Het bedrijf groeide. De structuur hield geen gelijke tred.

De mensen die midden in de organisatie teams aansturen, doen hun best met gereedschap dat is ontworpen voor een kleiner, eenvoudiger bedrijf.

Van iedereen-doet-alles naar echte afdelingen

In de beginfase van een bedrijf is de vlakke structuur een voordeel. Niemand wacht op toestemming. Informatie stroomt omdat iedereen in dezelfde ruimte zit. De oprichter kent iedereen bij naam.

Bij dertig mensen verandert dat.

Je hebt specialisten nodig. Structuur. Managers die daadwerkelijk kunnen managen, niet alleen taken coördineren of informatie doorgeven.

Het probleem is dat die managers zijn opgegroeid in een cultuur waar dat allemaal niet nodig was. Ze werden gepromoveerd omdat ze goed waren in hun werk. Omdat ze leverden. Omdat mensen graag met ze werkten.

En opeens zijn ze verantwoordelijk voor beoordelingsgesprekken, conflictoplossing, motivatie, feedbackgesprekken en uitzoeken waarom iemand niet presteert. Zonder handleiding. Zonder echte begeleiding. Vaak zonder veel steun vanuit de top.

Dat is geen persoonlijk falen. Dat is een structureel gat. En het speelt net zo hard bij bestaande organisaties als bij scale-ups. Leiderschapsontwikkeling wordt zelden als strategische prioriteit gezien, tot er iets misgaat.

Wat Gallup heeft gevonden

Elk jaar publiceert Gallup het State of the Global Workplace rapport. De 2025-editie maakte veel los in de HR- en leiderschapswereld, en de cijfers zijn moeilijk te negeren.

Wereldwijde medewerkersbetrokkenheid daalde naar 21% in 2024. De voornaamste oorzaak: managers haken af, en dat sijpelt door. Zeventig procent van de betrokkenheid binnen een team wordt direct bepaald door de manager. Als managers afhaken, volgt het team.

De economische schade bedroeg 438 miljard dollar aan verloren productiviteit. Wereldwijd. In één jaar.

Gallup stelde ook vast dat minder dan 44% van de managers wereldwijd ooit formele managementtraining heeft gehad. Onder diegenen die dat wel kregen, is het percentage actief gedesengageerde managers twee keer zo laag.

De twee duidelijkste aanbevelingen uit het rapport: train je managers, en leer ze coachen.

Managers die coachingsvaardigheden ontwikkelen, zien hun eigen betrokkenheid met maximaal 22% stijgen. De betrokkenheid van hun teams stijgt met maximaal 18%. Dat zijn geen marginale verbeteringen. Dat is een andere soort organisatie.

Veiligheid, stem en waarom dat essentieel is voor groei

Er is iets wat de moeite waard is om even bij stil te staan.

Wanneer mensen zich veilig voelen op het werk, spreken ze zich uit. Ze signaleren wat er niet goed gaat. Ze proberen aanpakken die misschien niet werken. Ze brengen problemen ter sprake voor ze crises worden.

Wanneer ze zich niet veilig voelen, worden ze stil. Ze doen wat gevraagd wordt en niets meer. Ze bewaren de echte feedback voor hun volgende werkgever.

In een organisatie waar snelheid en innovatie tellen, is die stilte kostbaar.

Psychologische veiligheid betekent geen comfortabele, conflictvrije werkomgeving. Het betekent dat mensen erop vertrouwen dat ze een zorg kunnen uitspreken, iets kunnen proberen dat mislukt of iets moeilijks kunnen zeggen, zonder dat ze daar de rekening voor krijgen.

Dat vertrouwen opbouwen is een managementvaardigheid. Het zit hem in hoe een manager reageert als iemand slecht nieuws brengt. Hoe ze een één-op-één gesprek voeren. Hoe ze omgaan met een meningsverschil in een teamoverleg.

Dit zijn dingen die je kunt leren. Ze moeten alleen wel geleerd worden.

Hoe ik werk met organisaties en leidinggevenden

Ik ben een leiderschapsconsultant en coach in de regio Amsterdam. Ik werk in het Nederlands en Engels, met individuele leidinggevenden en organisaties in Nederland en daarbuiten.

Voor leidinggevenden die zich bewust willen ontwikkelen, bied ik leiderschapscoaching. Één op één, gericht op de uitdagingen waar je nu tegenaan loopt. Of je nu nieuw bent in je rol en uitzoekt wat die eigenlijk inhoudt, of al jaren leidinggevende bent en met meer intentie en minder ruis wil sturen.

Voor leidinggevenden op directie- of senior niveau is coaching voor leidinggevenden op directieniveau een logische verdieping. Gericht op de vraagstukken die horen bij die positie: cultuur, invloed, besluitvorming onder druk en het neerzetten van een team dat zelfstandig presteert.

Voor organisaties die hier structureel mee aan de slag willen, bied ik management training op maat. Gebouwd rondom de uitdagingen die er binnen jouw organisatie spelen, met meetbare uitkomsten. Geen standaardprogramma dat in een zaal wordt gedumpt.

En voor HR-directeuren en senior teams werk ik als strategisch sparringpartner. Iemand om mee te denken over cultuur, leiderschapsontwikkeling en wat er werkelijk achter de patronen zit die je ziet.


Als dit herkenbaar klinkt, praat ik graag met je. Plan een gratis kennismaking. Geen pitch. Geen voorstel. Gewoon een helder gesprek over waar je staat en wat zou kunnen helpen.

De vis begint te rotten bij de kop.

Leadership coaching Amsterdam | David Buirs

De vis begint te rotten bij de kop

David Buirs is leiderschapscoach en management trainer in Amsterdam, gespecialiseerd in de ontwikkeling van management teams. Dit artikel legt uit waarom problemen in organisaties vaak beginnen bij het MT zelf, niet bij het middenmanagement. Het behandelt de power paradox (Keltner), psychologische veiligheid (Edmondson, Project Aristotle) en strategische misalignment als kernthema's bij de ontwikkeling van een management team.

De vis begint te rotten bij de kop.

Het klinkt hard. Maar het is geen aanval op leiders. Het is een observatie over systemen.

Wanneer een organisatie worstelt met lage betrokkenheid of een cultuur van politiek en zelfbescherming, zit de oorzaak zelden bij het middenmanagement. De oorzaak zit een laag hoger.

En toch gaan de meeste investeringen in ontwikkeling naar de managers. Niet naar het management team zelf.


Een verzameling leiders is geen leiderschapsteam

Patrick Lencioni beschrijft het scherp. De meeste management teams zijn geen team. Het zijn groepen individuen die toevallig dezelfde vergadering bijwonen.

Ieder verdedigt zijn eigen domein. Er wordt geknikt, er worden besluiten "genomen", en een uur later doet iedereen weer precies wat hij deed.

Dat is geen samenwerking. Dat is coëxistentie.

En de ironie? Diezelfde mensen verwachten van hun managers dat die psychologische veiligheid creëren en als één team optrekken.

Je kunt niet geven wat je zelf niet hebt.


De power paradox

MT-leden zijn op hun positie gekomen door wat hen onderscheidde. Ze luisterden goed. Ze bouwden vertrouwen. Ze wisten mensen mee te krijgen.

Dacher Keltner, psycholoog aan UC Berkeley, beschrijft wat er daarna vaak gebeurt. De ervaring van macht verandert gedrag op een manier die de meeste mensen niet zien aankomen. Leiders worden minder invoelend, minder geneigd te luisteren, meer gericht op eigen prioriteiten. Niet door slechte intenties, maar door wat macht doet met het brein.

De paradox: de kwaliteiten die je naar de top brachten, zijn precies de kwaliteiten die macht langzaam uitholt.


Wat er verder mis gaat

Drie dingen die ik keer op keer zie.

Geen gedeelde visie. Onderzoek van MIT Sloan onder 124 organisaties laat zien dat slechts 28% van de executives die verantwoordelijk zijn voor strategie-uitvoering, drie prioriteiten van hun eigen organisatie kunnen noemen. Meer dan de helft van de senior executives is het onderling niet eens over wat die prioriteiten zijn. Geen slechte mensen. Maar ook geen gedeeld kompas.

Beloningsstructuren die samenwerking bestraffen. Als iemands resultaten worden beoordeeld op de prestatie van zijn eigen afdeling, heeft hij geen rationele reden om collega's proactief te helpen. Het systeem beloont eilanden.

Geen tijd voor ontwikkeling. De agenda is altijd vol. Ontwikkeling wordt uitgesteld totdat er een crisis is. Maar ontwikkeling die alleen plaatsvindt bij een crisis is geen ontwikkeling. Dat is brandjes blussen op een hoger niveau.


Psychologische veiligheid begint bovenaan

Amy Edmondson, hoogleraar aan Harvard Business School, deed tientallen jaren onderzoek naar teamprestatie. Haar conclusie is consistent: psychologische veiligheid is de meest bepalende factor voor of een team goed functioneert. Niet talent, niet budget, niet structuur.

Google bevestigde dit in Project Aristotle, een grootschalig intern onderzoek naar wat de beste teams onderscheidt van de rest. Psychologische veiligheid stond bovenaan. Boven alles.

Maar als het MT dit zelf niet modelleert, verspreidt dat zich naar beneden. Middenmanagers voelen wat er boven hen gebeurt. Ze spiegelen het, al doen ze dat onbewust.


Twee niveaus van ontwikkeling

Ontwikkeling van een management team werkt op twee niveaus. Beide zijn nodig.

Het eerste is individueel. Ieder MT-lid brengt eigen blinde vlekken en patronen mee die zichtbaar worden in de samenwerking. Dat vraagt om individuele aandacht. Leiderschapscoaching doet hier zijn werk. Voor leidinggevenden op directieniveau is coaching voor senior leidinggevenden een logische verdieping.

Het tweede is collectief. Gedeelde taal, gedeelde normen, gedeeld gedrag. Dat leer je niet alleen. Dat leer je samen, in een goed ontworpen traject gericht op het team als geheel. Voor organisaties die hier structureel mee aan de slag willen, is management training een logische stap.


Tot slot

De gezondste organisaties die ik ken hebben één ding gemeen. Het MT werkt als een echt team. Ze spreken elkaar aan, zeggen wat ze denken en kiezen bewust voor gedeeld succes boven individuele scorekaarten.

Dat ontstaat niet vanzelf. Maar het is wel te ontwikkelen.

Als je wilt verkennen wat dat voor jouw MT zou kunnen betekenen, plan dan een gratis kennismaking.