Van manager naar directeur: de overgang die niemand je uitlegt

David Buirs | Leadership & Executive Coach

Van manager naar directeur: waarom de overgang groter is dan je dacht

David Buirs is executive coach in Amsterdam. Dit artikel beschrijft de zes grootste uitdagingen in de transitie van manager naar directeur: van loslaten en strategisch denken tot omgaan met onzekerheid en het opdrogen van eerlijke feedback. Hij legt uit hoe executive coaching helpt om deze overgang bewust en effectief te maken.

Je hebt jaren nagedacht over dit moment. Je wist wat er van je gevraagd zou worden. Je had het van dichtbij gezien.

En toch. De eerste maanden als directeur voelden anders dan verwacht.

Niet slechter per se. Maar onwenniger. Alsof de spelregels waren veranderd en niemand je dat had verteld.

Dat klopt. Ze zijn veranderd.

Onderzoek van IMD onder 1350 HR-professionals laat zien dat leiderschapstransities de moeilijkste momenten zijn in de loopbaan van een leider. Niet de zwaarste projecten. Niet de lastigste reorganisaties. De transitie zelf.

Dit zijn de zes dingen waar nieuwe directeuren het vaakst tegenaan lopen.


1. Wat je hier bracht, brengt je niet verder

Als manager won je door te weten. Door te doen. Door problemen op te lossen voordat ze escaleerden.

Dat gedrag maakte je succesvol. Het wordt je op directieniveau ook je grootste valkuil.

Een directeur die blijft opereren als manager stuurt te dicht op de inhoud. Neemt beslissingen die zijn managers zelf hadden moeten nemen. Bouwt zonder het te willen een team dat naar hem kijkt voor antwoorden, in plaats van zelf te denken.

De overgang vraagt iets wat bijna tegennatuurlijk voelt: loslaten. Juist als alles nieuw en onzeker is.


2. Je wordt nu betaald om te denken, niet om te doen

Als manager was je dag vol. Meetings, besluiten, brandjes, mensen. Aan het einde van de dag had je iets gedaan.

Als directeur ziet je agenda er misschien vergelijkbaar uit. Maar de werkelijke waarde die je levert zit ergens anders. In de kwaliteit van je denken. In de vragen die je stelt aan je managers. In de richting die je bepaalt.

Dat is wennen. Productiviteit voelt minder tastbaar. Je kunt aan het einde van de dag moeilijker zeggen wat je hebt bereikt.

En dus glijden veel nieuwe directeuren terug in de operatie. Niet uit onwil. Uit gewoonte. En omdat het vertrouwder voelt.


3. De meeste strategieën zijn geen strategie

Op directieniveau wordt strategie plotseling jouw verantwoordelijkheid. En dat is precies waar het voor veel leidinggevenden misgaat.

Want wat de meeste organisaties een strategie noemen, is een lijst met doelen. Hogere omzet. Betere retentie. Meer marktaandeel. Mooie ambities. Maar geen strategie.

Een echte strategie is iets anders. Het is een creatieve en slimme keuze over hoe je mensen en middelen inzet om de grootste obstakels op weg naar die doelen te overbruggen. Het benoemt wat je niet doet. Het maakt keuzes die pijn doen.

Dat vraagt een manier van denken die de meeste managers nooit hebben hoeven ontwikkelen. Niet omdat ze er niet toe in staat zijn, maar omdat het er nooit van gevraagd werd.


4. Je invloed werkt nu via anderen

Als manager had je een team. Je wist wie er goed in was wat. Je kon bijsturen, coachen, ingrijpen.

Als directeur werk je grotendeels door je managers heen. Jouw impact is indirect geworden. Je wekelijkse 1-op-1s met je managers zijn nu de plek waar het meeste werk feitelijk plaatsvindt.

Dat is een fundamenteel andere manier van invloed uitoefenen. En buiten je eigen afdeling wordt het nog complexer. Je hebt resultaten nodig via mensen die niet aan jou rapporteren. Dat vraagt om allianties, vertrouwen, politiek inzicht. Vaardigheden waar je in je vorige rol nauwelijks op werd beoordeeld.


5. Er is geen handleiding meer

Als manager was er altijd een kader. Een strategie van boven. Doelen die waren bepaald. Een leidinggevende die je kon raadplegen.

Als directeur ben jij dat kader voor anderen. Jij bepaalt mede de richting. Jij geeft antwoord op vragen waar jijzelf ook het antwoord niet altijd op weet.

Dat vraagt iets wat weinig mensen expliciet hebben geleerd: comfortabel zijn met onzekerheid. Beslissingen nemen op basis van onvolledige informatie. Koers houden terwijl de situatie blijft veranderen.

En tegelijkertijd kalm en helder overkomen naar je team. Want jouw onzekerheid wordt door anderen gevoeld. Ze kijken naar jou om richting. Ook als jij die richting zelf nog aan het bepalen bent.


6. Feedback droogt op

Als manager kreeg je nog redelijk eerlijke terugkoppeling. Van je eigen leidinggevende, van collega's, soms van je team.

Op directieniveau stopt dat grotendeels. Mensen filteren. Ze zeggen wat ze denken dat je wilt horen. Of ze zwijgen. Je hoort steeds minder wat er werkelijk speelt.

Je bouwt zo een vertekend beeld op van hoe je functioneert, hoe je overkomt, waar je blinde vlekken zitten. Zonder dat je het doorhebt.


Waarom dit het moment is om een sparringpartner te zoeken

Dit zijn geen tekortkomingen. Dit is de transitie. Iedereen die eerlijk is over zijn eerste jaren als directeur herkent een deel van dit lijstje.

Maar herkenning alleen lost het niet op.

Want al deze uitdagingen hebben iets gemeen: je kunt ze moeilijk van binnenuit oplossen. Je bent te dichtbij. Je hebt te weinig eerlijke terugkoppeling. Je mist iemand die de vragen stelt die je zelf niet stelt, omdat je midden in de situatie zit.

Precies dat is waar executive coaching het verschil maakt.

Niet als therapie. Niet als cursus strategisch denken. Maar als een vaste, vertrouwelijke ruimte met iemand die het begrijpt. Die je helpt de juiste dingen los te laten. Die je scherp houdt op je blinde vlekken. Die met je meekijkt naar de vraagstukken die je niet kunt bespreken in de organisatie.

Of het nu gaat om het leren loslaten van de operatie, het bouwen van een echte strategie, het navigeren van complexe politiek, of gewoon het vinden van rust in een rol die veel van je vraagt. In een coachingtraject werk je aan de concrete situaties die nu spelen. Niet aan abstracte leiderschapstheorie.

Het verschil tussen wie vastloopt in deze transitie en wie erdoorheen groeit, zit zelden in talent. Het zit in of je iemand hebt die je helpt de goede vragen te stellen op het moment dat het er het meest toe doet.

Voor organisaties die hun leidinggevenden op meerdere niveaus willen versterken, is een leiderschapsprogramma een logische volgende stap.


Ben je recent directeur geworden, of sta je op het punt die stap te zetten? Plan een gratis kennismakingsgesprek. Geen verkooppraatje. Gewoon een eerlijk gesprek over waar je nu staat.

Plan je gratis gesprek hier.

Eenzaam aan de top: wat niemand je vertelt

David Buirs Leiderschapscoach & Managementtrainer

Eenzaamheid aan de top: waarom zoveel directeuren het alleen dragen

David Buirs is leiderschapscoach en executive coach in Amsterdam. In dit artikel beschrijft hij de eenzaamheid die veel directeuren en senior leidinggevenden ervaren aan de top van een organisatie. Hij legt uit waarom executive coaching een effectieve manier is om die last niet langer alleen te dragen.

Je hebt bereikt wat je wilde. De titel, de verantwoordelijkheid, de invloed.

En toch is er iets wat je zelden hardop zegt.

Dat je het eigenlijk best eenzaam vindt.


Iedereen wil iets van je. Niemand ziet het geheel.

Je team wil meer salaris. Je begrijpt het. Maar het budget is beperkt en de keuzes die je maakt zijn ingewikkelder dan ze van buitenaf lijken.

Er zijn drie mensen die die promotie verdienen. Je kunt er maar een kiezen. De andere twee zullen teleurgesteld zijn, misschien gefrustreerd. Dat weet je van tevoren. En je draagt dat al weken voordat je de beslissing neemt.

Je CEO verwacht groei. De board wil marges. Klanten willen aandacht. Aandeelhouders willen rendement. En jij staat daartussenin, elke dag weer, proberend koers te houden zonder iemand te verliezen.

Bovenop dat alles: de dynamiek in je management team zelf. Ego's die botsen. Communicatieproblemen die je al maanden ziet aankomen maar nog niet hebt kunnen oplossen. Iemand die zijn rol te groot maakt. Iemand die te klein speelt.

Je wil een heldere strategie neerzetten. Een visie waar mensen achter gaan staan. Maar eerst moet je weer een brandje blussen. En daarna nog een.


Je kunt het niet volledig delen.

Het lastige aan jouw positie is dit: je kunt niet alles bespreken met de mensen om je heen.

Niet met je team. Zij kennen niet alle belangen die meespelen. Sommige informatie is vertrouwelijk. En jij bent hun leidinggevende. Ze kijken naar je voor richting, niet om jouw twijfels op te vangen.

Niet altijd met collega's op hetzelfde niveau. Soms zijn zij ook betrokken partij.

Niet altijd met vrienden of partner. Ze begrijpen de context niet, of ze maken zich zorgen op een manier die niet helpt.

En dus draag je het. Grotendeels alleen.

Dat is geen zwakte. Dat is de realiteit van leiderschap op dit niveau.


Je bent niet de enige die dit zo ervaart.

Onderzoek van Stanford Graduate School of Business bevestigt het. Bijna twee derde van de CEO's ontvangt geen coaching of leiderschapsadvies van buitenaf. Tegelijkertijd gaf vrijwel 100% van hen aan open te staan voor coaching en verandering op basis van feedback.

De bereidheid is er. Het contact niet.

En 70% van de Fortune 500-bedrijven gebruikt executive coaching als onderdeel van hun leiderschapsstrategie. Op het hoogste niveau van het bedrijfsleven is een coach allang geen luxe meer. Het is standaard.

Niet omdat die directeuren het niet aankunnen. Maar omdat ze begrijpen dat je jezelf niet volledig objectief kunt zien. Dat blinde vlekken geen teken zijn van incompetentie, maar van menselijkheid.


Wat een goede sparringpartner doet.

Een executive coach is geen adviseur die je vertelt wat je moet doen. En geen therapeut die je gevoel centraal stelt.

Het is een professionele gesprekspartner die je scherp houdt. Die de vragen stelt die je zelf niet stelt, omdat je er te dichtbij zit. Die een spiegel voorhoudt zonder een agenda te hebben.

Je kunt zeggen wat je niet kwijt kunt in de organisatie. Hardop denken over een beslissing die je al weken met je meedraagt. Patronen ontdekken in hoe je reageert op druk, op conflict, op onzekerheid.

Soms heb je iemand nodig die vraagt: "Wat maakt dit zo zwaar voor je?" Soms heb je iemand nodig die zegt: "Zo kan je dit gesprek aanpakken." Soms heb je gewoon iemand nodig die het snapt.

Dat is precies wat executive coaching biedt. Geen vaste formule. Wel een vaste ruimte.


Over het nut van een buitenperspectief.

Een van de moeilijkste dingen aan een hoge positie is dit: je krijgt steeds minder eerlijke feedback.

Mensen om je heen filteren. Ze zeggen wat ze denken dat je wilt horen. Of ze zwijgen, omdat het te risicovol voelt om kritiek te uiten aan iemand die invloed heeft op hun positie.

Daardoor bouw je een vertekend beeld op van hoe je overkomt. Van hoe je beslissingen landen. Van wat je blinde vlekken zijn.

Dat is geen persoonlijk falen. Dat is de structuur van de meeste organisaties.

Een coach heeft geen belang bij jouw goede humeur. Die zegt wat er is. Dat is precies waarom het werkt.

Voor organisaties die dit structureel willen aanpakken en leidinggevenden op meerdere niveaus willen versterken, is een leiderschapsprogramma een effectieve volgende stap.


De eenzaamheid verdwijnt niet. Maar je hoeft hem niet alleen te dragen.

Leiderschap op jouw niveau brengt een last mee die anderen niet zien. Dat hoort erbij. Dat verdwijnt niet.

Maar er is een verschil tussen die last alleen dragen, en die last dragen met iemand naast je die het begrijpt.

Als je nieuwsgierig bent of executive coaching iets voor jou is, plan dan een gratis kennismakingsgesprek. Geen verkooppraatje. Gewoon een eerlijk gesprek over waar je nu staat en wat je nodig hebt.

Plan je gratis gesprek hier.

Je medewerker accepteert jou niet als leidinggevende

Leiderschapscoach Amsterdam | David Buirs

De ene factor die goede leiders onderscheidt van middelmatige

David Buirs is leiderschapscoach en managementtrainer in Amsterdam en begeleidt leidinggevenden bij vraagstukken over invloed, autoriteit en teamdynamiek. Dit artikel beschrijft de ene factor die bepaalt of leiderschap werkt, en wat je doet als een medewerker jou niet accepteert als leidinggevende. De lezer leert hoe je de oorzaak analyseert en het juiste gesprek aangaat.

Iemand in je team accepteert jou niet als leidinggevende.

Je ziet het aan kleine dingen. Oogcontact dat net iets te snel wegkijkt. De manier waarop ze reageren als jij een beslissing neemt. Wat ze niet zeggen in vergaderingen, terwijl de rest dat wel doet.

Je bent het al een tijdje aan het observeren. En ergens, op de achtergrond, begint een gedachte te kriebelen.

Ik ben de leidinggevende. Ze moeten naar me luisteren. En als dat niet zo is, moeten ze misschien weg.

Wacht even. Want voordat we bespreken wat je moet doen, is er iets wat de hele situatie in een ander licht zet.

Het succes van jouw leiderschap wordt bepaald door de bereidheid van je team om jou te volgen.

Niet jouw titel. Niet jouw ervaring. Niet de kwaliteit van jouw ideeën. Of mensen er bewust voor kiezen om jou te volgen.

Waarom die ene zin meer zegt dan de meeste leiderschapsboeken

In 2024 publiceerden de psychologen Alex Haslam, Mats Alvesson en Stephen Reicher een artikel in The Leadership Quarterly dat veel doorprikt van wat er over leiderschap wordt geleerd. Ze noemden het 'Zombie Leadership': overtuigingen die keer op keer zijn weerlegd door onderzoek, maar toch blijven rondlopen.

De hardnekkigste: dat leiderschap over de leider gaat.

Hun conclusie is helder. Leiderschap wordt bewezen door volgerschap. Zonder dat stelt een titel niets voor.

Als iemand in jouw team jou niet accepteert als leidinggevende, is dat geen vervelend personeelsprobleem dat vanzelf overwaait. Het is een signaal dat jouw leiderschap in die specifieke relatie niet functioneert. En een relatie die niet functioneert, lost zichzelf niet op door hem te negeren of af te dwingen.

De meeste leidinggevenden reageren op dat signaal met defensiviteit. De beste worden nieuwsgierig.

Nieuwsgierig worden begint met de juiste vraag

De verkeerde vraag is: hoe zorg ik dat deze persoon zich gewoon aan de afspraken houdt?

De juiste vraag is: wat ligt hier eigenlijk achter?

Er zijn vier oorzaken die het vaakst terugkomen.

Jouw reputatie. Hoe word jij gezien in de organisatie, nog voordat je een vergadering binnenloopt? Soms is er stilletjes een beeld gevormd dat tegen je werkt. Dat is ongemakkelijk om te horen. Het is ook nuttig om te weten.

Iets wat er is gebeurd. Een beslissing die verkeerd viel. Een opmerking in een overleg die anders landde dan bedoeld. Mensen slaan zulke momenten op en trekken er conclusies uit die ze nooit hardop zeggen. De leidinggevende die dat weet te achterhalen, heeft echte informatie in handen.

Onverwerkte teleurstelling. Heeft deze medewerker zelf op jouw rol gerekend? Die teleurstelling komt zelden als teleurstelling naar boven. Ze komt als weerstand. Leidinggevenden die dat herkennen, reageren met erkenning in plaats van druk, en dat verandert de hele dynamiek.

Frustratie die eigenlijk niet over jou gaat. Soms ben jij het dichtstbijzijnde gezicht van een organisatie waar iemand zijn vertrouwen in heeft verloren. Je bent niet de oorzaak. Je bent het doelwit. Middelmatige leidinggevenden vatten dat persoonlijk op. Goede leidinggevenden vragen zich af wat eronder zit.

Weten welke van deze vier speelt, bepaalt wat de juiste volgende stap is. Zonder dat ben je bezig met het verkeerde probleem.

Het gesprek dat goede leidinggevenden niet uitstellen

Als je een beeld hebt van wat er speelt, ga je het gesprek aan.

Crucial Conversations, het boek van Patterson en Grenny over moeilijke gesprekken, beschrijft een principe dat hier precies van toepassing is: begin niet met het probleem, maar met wat je allebei wilt. Het gemeenschappelijke doel eerst. Dan het moeilijke deel.

"Ik wil dat dit team goed functioneert. Ik denk dat jij dat ook wil. En ik merk dat er iets in onze samenwerking niet lekker loopt. Dat wil ik liever begrijpen dan laten zitten."

Dan benoem je het. Direct, rustig, zonder beschuldigingen.

Dat vraagt meer moed dan escaleren naar HR. Maar het bouwt iets wat formele autoriteit nooit kan bouwen: echte invloed. De soort die niet afhangt van wat er op het organogram staat.

Teams merken het als een leidinggevende iets ongemakkelijks niet uit de weg gaat. Dat verandert hoe ze naar jou kijken. En na verloop van tijd verandert het ook hoe bereid ze zijn om jou te volgen.

Wat dit op de lange termijn oplevert

Elke leidinggevende komt dit op een gegeven moment tegen. Degenen die het goed aanpakken, houden er iets aan over wat de anderen niet hebben: een scherper gevoel voor hoe invloed echt werkt.

Want invloed is niet het doel. Het is wat het doel mogelijk maakt. Als mensen jou oprecht volgen, kun je beginnen met waar je het eigenlijk voor doet: je team ergens naartoe leiden dat de moeite waard is, mensen om je heen laten groeien, of welk ander doel dan ook dat het verdient om nagestreefd te worden.


Als dit iets is waar je nu middenin zit en je wil het een keer doorpraten met iemand die er zelf doorheen is gegaan, plan dan een gratis kennismaking via davidbuirs.com/contact/.

Leidinggevenden die hier structureel aan willen werken, vinden een goede basis in business coaching voor leidinggevenden. Op senior of directieniveau biedt executive coaching een verdiepende aanpak. Voor organisaties die hun leidinggevenden hierin willen versterken, is een leiderschapstraject de meest duurzame investering.

Bron: Haslam, Alvesson & Reicher (2024). Zombie Leadership: Dead ideas that still walk among us. The Leadership Quarterly.

Leiderschaps Consultancy Amsterdam | David Buirs

David Buirs | Leadership Coach & Management Trainer

De leiderschapskloof die zichtbaar wordt als je begint te groeien

David Buirs is een leiderschapsconsultant en coach in de regio Amsterdam die werkt met managers, leidinggevenden en organisaties in het Nederlands en Engels. Hij biedt één-op-één leiderschapscoaching, incompany managementtraining en strategisch advies voor HR-directeuren en senior management. Dit artikel gaat over waarom leiderschapsontwikkeling geen strategische prioriteit krijgt, wat de data daarover zegt en hoe je die kloof in de praktijk dicht.

Er is een moment dat de meeste scale-ups herkennen.

Het is geen crisis. Het is stiller dan dat.

Het is het moment waarop iemand zegt: "Ik weet eigenlijk niet meer bij wie ik hiermee naartoe moet." Of waarop een beslissing die vroeger twintig minuten kostte, nu vier meetings vergt. Of waarop een manager naar jou toekomt omdat hij niet weet hoe hij iemand in zijn team moet aanspreken, en jij merkt dat je het antwoord ook niet kant-en-klaar hebt.

Het bedrijf groeide. De structuur hield geen gelijke tred.

De mensen die midden in de organisatie teams aansturen, doen hun best met gereedschap dat is ontworpen voor een kleiner, eenvoudiger bedrijf.

Van iedereen-doet-alles naar echte afdelingen

In de beginfase van een bedrijf is de vlakke structuur een voordeel. Niemand wacht op toestemming. Informatie stroomt omdat iedereen in dezelfde ruimte zit. De oprichter kent iedereen bij naam.

Bij dertig mensen verandert dat.

Je hebt specialisten nodig. Structuur. Managers die daadwerkelijk kunnen managen, niet alleen taken coördineren of informatie doorgeven.

Het probleem is dat die managers zijn opgegroeid in een cultuur waar dat allemaal niet nodig was. Ze werden gepromoveerd omdat ze goed waren in hun werk. Omdat ze leverden. Omdat mensen graag met ze werkten.

En opeens zijn ze verantwoordelijk voor beoordelingsgesprekken, conflictoplossing, motivatie, feedbackgesprekken en uitzoeken waarom iemand niet presteert. Zonder handleiding. Zonder echte begeleiding. Vaak zonder veel steun vanuit de top.

Dat is geen persoonlijk falen. Dat is een structureel gat. En het speelt net zo hard bij bestaande organisaties als bij scale-ups. Leiderschapsontwikkeling wordt zelden als strategische prioriteit gezien, tot er iets misgaat.

Wat Gallup heeft gevonden

Elk jaar publiceert Gallup het State of the Global Workplace rapport. De 2025-editie maakte veel los in de HR- en leiderschapswereld, en de cijfers zijn moeilijk te negeren.

Wereldwijde medewerkersbetrokkenheid daalde naar 21% in 2024. De voornaamste oorzaak: managers haken af, en dat sijpelt door. Zeventig procent van de betrokkenheid binnen een team wordt direct bepaald door de manager. Als managers afhaken, volgt het team.

De economische schade bedroeg 438 miljard dollar aan verloren productiviteit. Wereldwijd. In één jaar.

Gallup stelde ook vast dat minder dan 44% van de managers wereldwijd ooit formele managementtraining heeft gehad. Onder diegenen die dat wel kregen, is het percentage actief gedesengageerde managers twee keer zo laag.

De twee duidelijkste aanbevelingen uit het rapport: train je managers, en leer ze coachen.

Managers die coachingsvaardigheden ontwikkelen, zien hun eigen betrokkenheid met maximaal 22% stijgen. De betrokkenheid van hun teams stijgt met maximaal 18%. Dat zijn geen marginale verbeteringen. Dat is een andere soort organisatie.

Veiligheid, stem en waarom dat essentieel is voor groei

Er is iets wat de moeite waard is om even bij stil te staan.

Wanneer mensen zich veilig voelen op het werk, spreken ze zich uit. Ze signaleren wat er niet goed gaat. Ze proberen aanpakken die misschien niet werken. Ze brengen problemen ter sprake voor ze crises worden.

Wanneer ze zich niet veilig voelen, worden ze stil. Ze doen wat gevraagd wordt en niets meer. Ze bewaren de echte feedback voor hun volgende werkgever.

In een organisatie waar snelheid en innovatie tellen, is die stilte kostbaar.

Psychologische veiligheid betekent geen comfortabele, conflictvrije werkomgeving. Het betekent dat mensen erop vertrouwen dat ze een zorg kunnen uitspreken, iets kunnen proberen dat mislukt of iets moeilijks kunnen zeggen, zonder dat ze daar de rekening voor krijgen.

Dat vertrouwen opbouwen is een managementvaardigheid. Het zit hem in hoe een manager reageert als iemand slecht nieuws brengt. Hoe ze een één-op-één gesprek voeren. Hoe ze omgaan met een meningsverschil in een teamoverleg.

Dit zijn dingen die je kunt leren. Ze moeten alleen wel geleerd worden.

Hoe ik werk met organisaties en leidinggevenden

Ik ben een leiderschapsconsultant en coach in de regio Amsterdam. Ik werk in het Nederlands en Engels, met individuele leidinggevenden en organisaties in Nederland en daarbuiten.

Voor leidinggevenden die zich bewust willen ontwikkelen, bied ik leiderschapscoaching. Één op één, gericht op de uitdagingen waar je nu tegenaan loopt. Of je nu nieuw bent in je rol en uitzoekt wat die eigenlijk inhoudt, of al jaren leidinggevende bent en met meer intentie en minder ruis wil sturen.

Voor leidinggevenden op directie- of senior niveau is coaching voor leidinggevenden op directieniveau een logische verdieping. Gericht op de vraagstukken die horen bij die positie: cultuur, invloed, besluitvorming onder druk en het neerzetten van een team dat zelfstandig presteert.

Voor organisaties die hier structureel mee aan de slag willen, bied ik management training op maat. Gebouwd rondom de uitdagingen die er binnen jouw organisatie spelen, met meetbare uitkomsten. Geen standaardprogramma dat in een zaal wordt gedumpt.

En voor HR-directeuren en senior teams werk ik als strategisch sparringpartner. Iemand om mee te denken over cultuur, leiderschapsontwikkeling en wat er werkelijk achter de patronen zit die je ziet.


Als dit herkenbaar klinkt, praat ik graag met je. Plan een gratis kennismaking. Geen pitch. Geen voorstel. Gewoon een helder gesprek over waar je staat en wat zou kunnen helpen.

De vis begint te rotten bij de kop.

Leadership coaching Amsterdam | David Buirs

De vis begint te rotten bij de kop

David Buirs is leiderschapscoach en management trainer in Amsterdam, gespecialiseerd in de ontwikkeling van management teams. Dit artikel legt uit waarom problemen in organisaties vaak beginnen bij het MT zelf, niet bij het middenmanagement. Het behandelt de power paradox (Keltner), psychologische veiligheid (Edmondson, Project Aristotle) en strategische misalignment als kernthema's bij de ontwikkeling van een management team.

De vis begint te rotten bij de kop.

Het klinkt hard. Maar het is geen aanval op leiders. Het is een observatie over systemen.

Wanneer een organisatie worstelt met lage betrokkenheid of een cultuur van politiek en zelfbescherming, zit de oorzaak zelden bij het middenmanagement. De oorzaak zit een laag hoger.

En toch gaan de meeste investeringen in ontwikkeling naar de managers. Niet naar het management team zelf.


Een verzameling leiders is geen leiderschapsteam

Patrick Lencioni beschrijft het scherp. De meeste management teams zijn geen team. Het zijn groepen individuen die toevallig dezelfde vergadering bijwonen.

Ieder verdedigt zijn eigen domein. Er wordt geknikt, er worden besluiten "genomen", en een uur later doet iedereen weer precies wat hij deed.

Dat is geen samenwerking. Dat is coëxistentie.

En de ironie? Diezelfde mensen verwachten van hun managers dat die psychologische veiligheid creëren en als één team optrekken.

Je kunt niet geven wat je zelf niet hebt.


De power paradox

MT-leden zijn op hun positie gekomen door wat hen onderscheidde. Ze luisterden goed. Ze bouwden vertrouwen. Ze wisten mensen mee te krijgen.

Dacher Keltner, psycholoog aan UC Berkeley, beschrijft wat er daarna vaak gebeurt. De ervaring van macht verandert gedrag op een manier die de meeste mensen niet zien aankomen. Leiders worden minder invoelend, minder geneigd te luisteren, meer gericht op eigen prioriteiten. Niet door slechte intenties, maar door wat macht doet met het brein.

De paradox: de kwaliteiten die je naar de top brachten, zijn precies de kwaliteiten die macht langzaam uitholt.


Wat er verder mis gaat

Drie dingen die ik keer op keer zie.

Geen gedeelde visie. Onderzoek van MIT Sloan onder 124 organisaties laat zien dat slechts 28% van de executives die verantwoordelijk zijn voor strategie-uitvoering, drie prioriteiten van hun eigen organisatie kunnen noemen. Meer dan de helft van de senior executives is het onderling niet eens over wat die prioriteiten zijn. Geen slechte mensen. Maar ook geen gedeeld kompas.

Beloningsstructuren die samenwerking bestraffen. Als iemands resultaten worden beoordeeld op de prestatie van zijn eigen afdeling, heeft hij geen rationele reden om collega's proactief te helpen. Het systeem beloont eilanden.

Geen tijd voor ontwikkeling. De agenda is altijd vol. Ontwikkeling wordt uitgesteld totdat er een crisis is. Maar ontwikkeling die alleen plaatsvindt bij een crisis is geen ontwikkeling. Dat is brandjes blussen op een hoger niveau.


Psychologische veiligheid begint bovenaan

Amy Edmondson, hoogleraar aan Harvard Business School, deed tientallen jaren onderzoek naar teamprestatie. Haar conclusie is consistent: psychologische veiligheid is de meest bepalende factor voor of een team goed functioneert. Niet talent, niet budget, niet structuur.

Google bevestigde dit in Project Aristotle, een grootschalig intern onderzoek naar wat de beste teams onderscheidt van de rest. Psychologische veiligheid stond bovenaan. Boven alles.

Maar als het MT dit zelf niet modelleert, verspreidt dat zich naar beneden. Middenmanagers voelen wat er boven hen gebeurt. Ze spiegelen het, al doen ze dat onbewust.


Twee niveaus van ontwikkeling

Ontwikkeling van een management team werkt op twee niveaus. Beide zijn nodig.

Het eerste is individueel. Ieder MT-lid brengt eigen blinde vlekken en patronen mee die zichtbaar worden in de samenwerking. Dat vraagt om individuele aandacht. Leiderschapscoaching doet hier zijn werk. Voor leidinggevenden op directieniveau is coaching voor senior leidinggevenden een logische verdieping.

Het tweede is collectief. Gedeelde taal, gedeelde normen, gedeeld gedrag. Dat leer je niet alleen. Dat leer je samen, in een goed ontworpen traject gericht op het team als geheel. Voor organisaties die hier structureel mee aan de slag willen, is management training een logische stap.


Tot slot

De gezondste organisaties die ik ken hebben één ding gemeen. Het MT werkt als een echt team. Ze spreken elkaar aan, zeggen wat ze denken en kiezen bewust voor gedeeld succes boven individuele scorekaarten.

Dat ontstaat niet vanzelf. Maar het is wel te ontwikkelen.

Als je wilt verkennen wat dat voor jouw MT zou kunnen betekenen, plan dan een gratis kennismaking.

Je beste medewerker promoveren: dure vergissing

David Buirs - Leiderschapscoach & Management Trainer

Je beste medewerker promoveren: de duurste vergissing in je organisatie

David Buirs is leiderschapscoach en trainer in Amsterdam, gespecialiseerd in managers en leidinggevenden op alle niveaus. Dit artikel legt uit waarom het promoveren van de beste individuele medewerker naar een managementrol een veelgemaakte en kostbare organisatiefout is. De lezer leert welke gedragssignalen leiderschapspotentieel wél zichtbaar maken.

Je hebt een uitblinker in je team. Alles wat die persoon aanraakt loopt. Deadlines, kwaliteit, output. Collega's lopen bij hem of haar aan voor advies.

En dan ontstaat de gedachte: als hij of zij zo goed is als medewerker, dan wordt dat een geweldige manager.

Het is de meest gemaakte fout in talentmanagement.

Wat er daarna gebeurt

Je beste medewerker wordt manager. En struikelt.

Niet omdat die persoon dom is of lui. Maar omdat de vaardigheden die hem of haar uitstekend maakten als uitvoerder, weinig te maken hebben met de vaardigheden die nodig zijn om een team te leiden.

Als uitvoerder win je door beter te zijn dan anderen. Als manager win je door anderen beter te maken. Dat zijn twee fundamenteel andere sporten.

Intussen verlies je ook je beste uitvoerder. Die zit nu in eindeloze overleggen, voert functioneringsgesprekken die hij of zij niet wil voeren, en blust brandjes die hij of zij niet begrijpt. Het werk dat hem of haar energie gaf, is weg.

Technische excellentie zegt niets over leiderschapspotentieel

Dit klinkt logisch. En toch handelen de meeste organisaties er niet naar.

Leiderschapspotentieel zit niet in vakinhoud. Het zit in gedrag. In hoe iemand communiceert als het spannend wordt. In hoe iemand reageert als een collega weerstand geeft. In of mensen het prettig vinden om met iemand te werken, ook als die persoon slecht nieuws brengt.

Stelt iemand vragen of geeft iemand antwoorden? Zoekt iemand verbinding of vermijdt iemand conflict? Kan iemand zichzelf reguleren als de druk oploopt?

Dat zijn de indicatoren.

De vraag die zelden gesteld wordt

Wil ik dat de mensen in dit team door deze persoon geleid worden?

Niet: is hij of zij goed in zijn of haar vak? Maar: voelen mensen zich veilig, gehoord en aangesproken door deze persoon?

Dat is informatie die je niet in functioneringsdossiers vindt. Die zit in de informele dynamiek van het team. In wie er spontaan om advies gevraagd wordt bij een moeilijk gesprek. In wie er voor zorgt dat een onzekere collega toch zijn zegje doet in een vergadering.

Geef potentieel eerst een kleine opdracht

Promoveer niet op basis van prestaties. Test op potentieel.

Geef iemand een kleine stretch assignment. Laat iemand een stagiair begeleiden. Een junior team member onboarden. Een project coördineren zonder dat jij er bovenop zit.

Kijk dan niet naar het resultaat. Kijk naar het gedrag. Hoe gaat die persoon om met mensen die minder snel zijn? Hoe reageert iemand als het niet loopt? Vraagt iemand hulp of bijt iemand door?

Dit vertelt je meer dan drie jaar functioneringsbeoordelingen.

Maak het beleid expliciet

Zeg hardop in je organisatie: leiderschap is een vak apart. Technische vaardigheid en managementvermogen staan los van elkaar.

Vertel mensen ook wat je zoekt. Niet in vage competentieprofielen, maar concreet. Wat doet een goede manager bij jullie? Hoe gedraagt iemand zich in een conflict? Wat verwacht je van iemand die begeleiding geeft?

Als mensen weten waar ze op beoordeeld worden, beginnen ze er ook anders naar te kijken. Dat is op zichzelf al een stap in de goede richting.

En als iemand het potentieel heeft?

Dan begint het werk pas.

Potentieel dat niet begeleid wordt, kost meer dan het oplevert. Een manager zonder structurele ondersteuning maakt de fouten die jij later mag oplossen. Met de bijbehorende verzuim, verloop en teamdynamiek.

Voor organisaties die hier structureel mee aan de slag willen, is leiderschapstraining op maat een logische stap. Niet eenmalig, maar met de herhaling en transfer die gedragsverandering vereist.

Voor managers die dat individueel willen aanpakken, bied ik coaching voor leidinggevenden op elk niveau. Van de pas gepromoveerde teamlead tot de directeur die bewuster wil sturen op cultuur en resultaat. Voor leidinggevenden op senior of directieniveau is executive coaching amsterdam een logische verdieping.


Wil je weten hoe dit eruitziet voor jouw organisatie? Plan een gratis kennismaking. Geen standaard verhaal. Gewoon een eerlijk gesprek over wat er speelt.

Coaching voor directeuren | David Buirs

David Buirs | Leiderschapsexpert

Coaching voor directeuren: waarom leiderschap aan de top niet vanzelf gaat

David Buirs is leiderschapscoach in Amsterdam en werkt met directeuren, executives en CEO's aan hun persoonlijk leiderschap. Dit artikel bespreekt waarom senior leiders naarmate ze hoger stijgen minder feedback ontvangen, hoe dat de organisatiecultuur raakt, en wat coaching voor directeuren en executives concreet oplevert. Gebaseerd op onderzoek van KornFerry/Hay Group en een studie in het Journal of Management Development.

Je hebt het gemaakt. Je bent directeur.

Jarenlang hard werken, goede resultaten, en nu zit je aan het hoofd van de organisatie. De verantwoordelijkheid is groter. De beslissingen zwaarder. En het aantal mensen dat je écht eerlijk vertelt wat ze van je vinden: dramatisch kleiner dan vroeger.

Dat is een paradox die weinig directeuren, executives of CEO's hardop benoemen. Maar bijna allemaal herkennen ze hem.

De vis rot aan de kop

Er is een gezegde dat ik ongemakkelijk vind. Omdat het zo precies klopt.

"De vis begint te rotten bij de kop."

Als het leiderschap aan de top niet op orde is, verspreidt dat zich door de hele organisatie. Niet acuut. Niet morgen. Maar langzaam sijpelt jouw gedrag, jouw toon en jouw blinde vlekken door in de cultuur van alles wat onder je hangt.

In hoe mensen met elkaar omgaan. In of ze durven te zeggen wat ze echt denken. In of ze eigenaarschap nemen of wachten tot jij beslist.

Dat is een grote verantwoordelijkheid. En het vraagt iets van je: de bereidheid om jezelf serieus te nemen als leider. Niet als vakinhoudelijk expert. Maar als iemand die de toon zet voor alles om je heen.

Hoe hoger je klimt, hoe minder feedback je krijgt

In 1969 beschreef Laurence Peter een fenomeen dat sindsdien bekendstaat als het Peter-principe. Het idee is simpel. Mensen worden gepromoveerd op basis van hun prestaties in hun huidige rol. Tot ze een positie bereiken waar die eerdere kwaliteiten niet meer volstaan.

Veel directeuren zijn directeur geworden omdat ze uitblonken als manager, als expert, als strateeg. Niet omdat ze al bewezen hadden hoe het is om op het allerhoogste niveau leiding te geven.

En op dat hoogste niveau droogt de feedbackstroom op.

Medewerkers houden hun echte mening voor zich. Collega-directeuren zijn ook concurrenten. De Raad van Bestuur wil resultaten zien. En de vraag "doe ik het eigenlijk wel goed?" wordt steeds lastiger hardop te stellen.

Dat is geen teken van zwakte. Het is de structurele realiteit van de top.

Maar zonder spiegel groei je niet. En als jij als directeur niet groeit, groeit de organisatie ook niet.

De eenzaamheid die niemand bespreekt

Een van de dingen die ik het meest hoor van de directeuren die ik begeleid, is hoe eenzaam het soms is. Niet sociaal. Maar professioneel.

Er is niemand bij wie je zonder filter kunt zeggen dat je twijfelt. Niemand die je uitdaagt op de manier waarop jij dat vroeger ook nodig had. Niemand om mee te sparren over de vraag die je al drie weken bezighoudt.

Je draagt grote verantwoordelijkheid. Voor mensen, voor resultaten, voor de richting van de organisatie. En de meeste avonden doe je dat alleen.

Coaching voor directeuren, executives en CEO's biedt precies dat: een gesprek met iemand die de taal spreekt. Die weet hoe het is om met hoge druk te werken, om politiek te navigeren, om soms gewoon niet te weten wat de juiste keuze is.

Wat onderzoek laat zien

KornFerry en Hay Group deden uitgebreid onderzoek naar de relatie tussen leiderschap en bedrijfsresultaten. De conclusie: leiderschap bepaalt voor 50 tot 60 procent de cultuur binnen een organisatie, en heeft daarmee een meetbare invloed van ongeveer 35 procent op de bedrijfsresultaten.

Dat is geen soft gegeven. Dat is strategie.

En toch is coaching voor directeuren in veel organisaties nog steeds een afterthought. Iets voor als het misgaat. Niet iets wat je structureel inbouwt, zoals je dat bij financiën of marketing wel doet.

Een studie gepubliceerd in het Journal of Management Development onderzocht de impact van leiderschapscoaching op 75 middle- en senior managers. De uitkomst was helder: coaching leidde tot meer individuele aandacht voor teamleden, meer delegeren en minder micromanagement.

Dat zijn precies de gedragsveranderingen die doorwerken tot diep in de organisatie. Van directeur tot teamlid.

Ik weet hoe het voelt

Ik heb vijf jaar een groot internationaal team aangestuurd als director. Ik ken de realiteit van de top van binnenuit.

De momenten waarop je twijfelt maar niemand kunt bellen. De keuzes waarvan je niet zeker weet of ze kloppen. De vergaderingen waarbij de sfeer niet goed is, maar je nog niet weet hoe je dat ombuigt.

Die ervaring is geen bijzaak in mijn aanpak. Het is de kern.

Als we werken aan executive coaching, breng ik dat mee. Geen theoretische modellen die klinken als een managementboek. Maar een eerlijk gesprek over wat er speelt, en wat jij nodig hebt om scherper te worden in je rol.

Voor organisaties die breder willen werken aan leiderschapsontwikkeling binnen hun management, is management training een aanvulling die dieper in de organisatie werkt.

Wanneer is coaching voor directeuren zinvol?

Niet alleen als het misgaat.

Coaching is zinvol als je voelt dat je meer kunt halen uit je rol. Als bepaalde gesprekken steeds moeizamer gaan. Als je team niet het eigenaarschap neemt dat je ervan verwacht. Als je merkt dat je meer tijd kwijt bent aan problemen oplossen dan aan richting geven.

En soms is het simpelweg dit: je hebt iemand nodig bij wie je eerlijk kunt zijn.

Dat mag. Dat is slim.


Wil je kijken of er een klik is? Plan een gratis kennismakingsgesprek via deze pagina. Geen verkooppraatje. Gewoon een eerlijk gesprek over wat er speelt.

Terugkerende prestatieproblemen aanpakken als leidinggevende.

David Buirs Leiderschapscoach & Managementtrainer

Waarom doet hij het gewoon niet?

David Buirs is leiderschapscoach in Amsterdam voor startende managers met 0 tot 4 jaar ervaring. Dit artikel legt uit hoe je terugkerende prestatieproblemen aanpakt door eerst je eigen rol te onderzoeken voordat je conclusies trekt over de medewerker. Het behandelt het Golem-effect, de juiste vragen als leidinggevende, en wanneer een Performance Improvement Plan een eerlijke stap is.

Er is iemand in je team die het al een tijdje niet goed doet.

Je hebt het al eens besproken. Of twee keer. De situatie verbetert even, en dan zakt het weer terug. Dezelfde fouten. Dezelfde excuses. Hetzelfde patroon.

Op een gegeven moment denk je: waarom doet hij het gewoon niet?

Dat gevoel is menselijk. En tegelijk is het precies het moment waarop het gevaarlijk wordt.

Het Golem-effect: hoe jouw frustratie het probleem vergroot

In de psychologie kennen we het Pygmalion-effect: als je hoge verwachtingen hebt van iemand, gaat die persoon beter presteren. Onderzoekers Rosenthal en Jacobson toonden dit al aan in 1968. Leraren die dachten dat bepaalde leerlingen “veelbelovend” waren, zagen die leerlingen daadwerkelijk beter worden. Terwijl er objectief geen verschil was.

Het Golem-effect is de keerzijde. Als je lage verwachtingen hebt van iemand, gaat die persoon slechter presteren. Niet omdat hij minder wil. Maar omdat jouw houding zijn gedrag beïnvloedt.

Je stelt minder vragen. Je geeft minder uitleg. Je checkt met een licht ongeduld. Je geeft sneller negatieve feedback, minder aanmoediging. Onbewust geef je signalen af: ik geloof niet meer dat jij dit kunt.

En de ander voelt dat. Mensen zijn radarapparaten voor hoe anderen over hen denken.

Het gevolg: de medewerker trekt zich terug. Neemt minder initiatief. Maakt juist meer fouten. En jij ziet dat als bewijs dat je gelijk had.

Zo versterkt frustratie zichzelf. En zo wordt een prestatieprobleem groter terwijl je denkt dat je het aanpakt.

De vraag die de meeste leidinggevenden overslaan

Voordat je iets van de medewerker vraagt, is er een andere vraag.

Welke rol heb ik hier zelf in gespeeld?

Dat is geen zelfkastijding. Het is de meest praktische vraag die je kunt stellen. Want als jij iets hebt bijgedragen aan het probleem, en je pakt dat niet aan, los je niets op.

Ga eerlijk langs een aantal dingen:

Heb ik duidelijk uitgelegd wat ik verwacht? Niet in grote lijnen, maar concreet. Wat ziet succes eruit? Wanneer is iets goed genoeg?

Heeft deze persoon de juiste training en middelen gekregen om dit te kunnen doen? Of ga ik ervan uit dat hij het al weet?

Heb ik regelmatig constructieve feedback gegeven? Of wacht ik tot het fout gaat?

Heb ik gevraagd hoe hij zelf aankijkt tegen zijn eigen werk? Weet hij eigenlijk dat ik dit zie als een probleem?

Heb ik gevraagd wat hij denkt dat de reden is? Misschien ziet hij iets wat jij niet ziet.

Dit is geen twijfel aan jezelf. Het is gewoon goed leidinggeven. Je kunt niets veranderen in iemand anders zolang je de eigen variabelen nog niet hebt onderzocht.

Nieuwsgierigheid als gereedschap

De valkuil van frustratie is dat je gaat verklaren. Je hebt al een theorie. Hij is lui. Hij geeft niet genoeg om zijn werk. Hij is niet gemotiveerd.

Nieuwsgierigheid vraagt iets anders. Wat speelt er? Wat maakt dit moeilijk voor hem? Wat heeft hij nodig wat hij nu niet heeft?

Dat gesprek is ongemakkelijk om te beginnen. Zeker als je al een tijdje gefrustreerd bent. Het voelt alsof je de andere kant op loopt.

Maar het is precies het gesprek dat nodig is. Niet om hem vrij te pleiten. Wel om te weten wat er werkelijk aan de hand is.

Soms ligt er iets privé. Soms is er onduidelijkheid die je zelf hebt laten bestaan. Soms heeft de persoon al maanden het gevoel dat hij faalt en weet hij niet hoe hij dat moet zeggen.

En soms kom je erachter dat de intentie er wel is, maar de vaardigheid ontbreekt. Dat is heel iets anders dan onwil. En het vraagt een andere aanpak.

Als nieuwsgierigheid niet genoeg is

Stel dat je dit allemaal hebt gedaan. Je hebt de verwachtingen verduidelijkt. Je hebt training gegeven. Je hebt gesprekken gevoerd. Je hebt gevraagd wat hij nodig heeft.

En het verandert niet.

Dan is er een eerlijke vraag die je moet stellen: voldoet deze persoon aan de minimale kwaliteitseis voor deze functie?

Dat is geen aanval. Het is een zakelijke realiteit. Elke functie heeft een ondergrens. Onder die grens werkt een team niet goed, worden collega’s belast, en worden resultaten gemist.

Als iemand daar structureel onder zit, en je hebt alles geprobeerd, dan is er een volgende stap.

Het Performance Improvement Plan: laatste stap, niet eerste

Een Performance Improvement Plan, ook wel PIP genoemd, is een formeel traject. Je legt schriftelijk vast wat de verwachtingen zijn, wat de huidige situatie is, en welke concrete doelen er binnen een bepaalde periode gehaald moeten worden. Meestal drie tot zes maanden.

Het plan beschrijft ook welke ondersteuning je biedt. En wat er gebeurt als de doelen niet worden gehaald.

Een PIP is geen straf en geen afscheid. Het is een duidelijk afgesproken kans. Met structuur, meetpunten en consequenties.

Maar het werkt alleen als het een eerlijk proces is. Als de verwachtingen realistisch zijn. Als je de ondersteuning ook echt geeft. En als je het niet gebruikt om iemand te documenteren voor ontslag, maar om hem een echte kans te geven.

Gebruik een PIP pas na maanden van gesprekken, feedback en concrete pogingen tot verbetering. Niet als eerste reactie op een probleem dat je nog niet goed hebt begrepen.


Terugkerende prestatieproblemen aanpakken als leidinggevende begint bij jezelf. Niet omdat jij altijd schuldig bent, maar omdat jij de enige variabele bent die je direct kunt veranderen.

Dat vraagt moed. En eerlijkheid. En soms een gesprek dat je liever uitstelt.

Als je wilt werken aan hoe je dit soort situaties aangaat, kun je meer lezen over leiderschapscoaching voor startende managers. Of plan een gratis kennismaking via het contactformulier. Geen verplichtingen. Gewoon een eerlijk gesprek.

Waarom tonen onze managers geen leiderschap?

David Buirs | Leadership Coach & Management Trainer

Waarom tonen onze managers geen leiderschap?

David Buirs is leiderschapscoach en trainer in Amsterdam, gespecialiseerd in beginnende managers met 0 tot 4 jaar ervaring. Dit artikel is geschreven voor HR-managers en leidinggevenden die merken dat hun managers niet écht leidinggeven. Het legt uit waarom dat zo is en wat er structureel aan gedaan kan worden.

Je ziet het elke dag. Managers die er zijn, maar niet écht leiden. Teams die met elke beslissing naar jou komen. Conflicten die niet op de werkvloer worden opgelost, maar bij HR belanden. Meetings zonder richting. Medewerkers die afhaken, terwijl niemand er iets van zegt.

Het is verleidelijk om te denken dat het een kwestie van motivatie is. Dat ze het gewoon niet willen. Maar dat klopt bijna nooit.

De meeste managers willen best leidinggeven. Ze weten alleen niet hoe.

Je hebt je beste medewerkers gepromoveerd

De meeste managers kwamen in hun rol terecht omdat ze uitblonken in hun vak. De beste ontwikkelaar werd teamlead. De meest productieve salesmedewerker werd salesmanager. De slimste analist werd afdelingshoofd.

Dat is een logische keuze. En tegelijk een kostbare vergissing.

Want goed zijn in je vak heeft weinig te maken met goed zijn in leidinggeven. Het zijn twee fundamenteel andere vaardigheden. De eerste draait om technische kennis en persoonlijke output. De tweede draait om mensen. Om gesprekken voeren die ongemakkelijk zijn. Om richting geven zonder zelf alle antwoorden te hebben. Om vertrouwen opbouwen in plaats van alles zelf doen.

De meeste nieuwe managers krijgen die tweede vaardigheid nooit echt aangeleerd. Ze worden in het diepe gegooid en verwacht dat ze het vanzelf leren zwemmen.

De vergeetcurve wint het van de training

Op een gegeven moment stuurt de organisatie ze naar een training. Twee dagen in een conferentiehotel. Een stapel slides. Een handvol modellen met afkortingen. En aan het einde een tevredenheidsscore die netjes boven de 8 uitkomt.

Een week later werken ze precies zoals voor de training.

Dit is geen gebrek aan goede wil. Het is neurologie. De psycholoog Hermann Ebbinghaus liet al in de negentiende eeuw zien dat het brein nieuw geleerde informatie snel vergeet als er geen herhaling plaatsvindt. Binnen een week is het meeste weg. Binnen een maand blijft er bijna niets over.

Eenmalige trainingen zijn geen investering in gedragsverandering. Ze zijn een investering in het gevoel dat er iets gedaan wordt.

Kennis is niet het probleem

Als je managers vraagt wat ze moeten doen als een medewerker slecht presteert, kunnen ze het je waarschijnlijk uitleggen. Ze kennen de stappen. Ze weten hoe een goed gesprek eruit ziet.

Maar ze voeren het gesprek niet.

Want het geven van feedback is spannend. Het aanspreken van een collega voelt persoonlijk. Het risico op weerstand of een beschadigd werkrelatie weegt zwaarder dan de abstracte wetenschap dat het beter zou zijn als ze het wél zouden doen.

Gedragsverandering vraagt niet om meer informatie. Het vraagt om oefenen. Om herhaling in een veilige omgeving. Om reflectie op wat er in de praktijk wél en niet werkte. En om begeleiding die lang genoeg duurt om nieuwe gewoontes echt te laten landen.

Dat is wat de meeste trainingen missen. Niet de inhoud. De architectuur.

Wat er wel werkt

Leiderschap ontwikkelt zich over tijd, niet in twee dagen. Dat klinkt als een open deur. Maar de implicatie daarvan wordt zelden serieus genomen bij het ontwerpen van een trainingstraject.

Wat werkt is een traject dat meerdere maanden loopt. Dat aansluit op de dagelijkse realiteit van de manager. Dat theorie koppelt aan concrete situaties op de werkvloer. En dat ruimte maakt voor reflectie tussen de sessies door.

Niet een programma dat je uitrolt. Maar een traject dat je bouwt rond de uitdagingen die er in jouw organisatie écht spelen.

Bij mijn incompany management training is dat de kern van de aanpak. Elk traject begint met de vraag: wat moet er hier concreet veranderen? En de opbouw volgt die vraag, niet een standaard catalogus.

De echte vraag

Jouw managers tonen geen leiderschap. Niet omdat ze het niet willen. Maar omdat de organisatie hen ooit heeft gepromoveerd zonder hen te begeleiden in die overgang. En omdat de trainingen die daarna kwamen, te kort waren om iets blijvend te veranderen.

Dat is oplosbaar. Maar dan moet je bereid zijn om verder te kijken dan een eenmalige interventie.

De vraag is niet: hoe zorgen we dat onze managers weten wat leiderschap is? De vraag is: hoe zorgen we dat ze het echt gaan doen?


Wil je weten of een traject als dit past bij wat er in jouw organisatie speelt? Plan een gratis kennismaking via deze pagina. Geen verkooppraatje. Wel een eerlijk gesprek over wat er nodig is.

Hoe voer ik een lastig gesprek met een medewerker?

Leiderschapscoach Amsterdam | David Buirs

Hoe voer ik een lastig gesprek met een medewerker?

David Buirs is een ICF-gecertificeerd leiderschapscoach in Amsterdam die werkt met managers en leidinggevenden op alle niveaus. Dit artikel legt uit waarom managers lastige gesprekken uitstellen en wat er echt helpt om dat patroon te doorbreken. Het is gebaseerd op CoActive coachingprincipes en meer dan 10 jaar praktijkervaring als leidinggevende.

Ze omschreef zichzelf als “het zorgzame type.” En ze meende het.

Haar team mocht haar. Ze was warm, benaderbaar, het soort manager waar mensen makkelijk naartoe stapten.

Maar ze had al bijna twee jaar geen echt moeilijk gesprek meer gevoerd.

Elke keer dat er iets gezegd moest worden, vond ze een zachtere versie. Of ze wachtte. Of ze vertelde zichzelf dat het niet zo serieus was. Haar team merkte het. Sommigen gingen grenzen opzoeken. Anderen kwamen steeds minder naar haar toe voor feedback, omdat ze wisten dat ze toch gewoon aardig zou zijn.

Ze vermeed die gesprekken niet omdat ze lui was. Ze beschermde een verhaal over zichzelf. “Ik ben degene die zorgt voor de sfeer. Dat is wie ik ben.”

Het verhaal dat je beschermt

De meeste managers herkennen dit, in een of andere vorm.

Je beschermt het verhaal van “ik ben direct en duidelijk.” Wat soms betekent dat je warmte vermijdt.

Of je beschermt het verhaal van “ik ben de zorgzame.” Wat soms betekent dat je eerlijkheid vermijdt.

Beide voelen als een kracht. En dat zijn ze ook, tot op een punt. Het probleem is wanneer het verhaal de beslissingen voor je gaat nemen.

Je weet dat het gesprek moet plaatsvinden. Maar je weet ook dat het je minder empathisch kan laten lijken. Dus wacht je. Of je verdunt het totdat er bijna niets meer van overblijft.

Iets onuitgesproken laten is ook een keuze. En het heeft gevolgen.

Waarom modellen alleen niet helpen

Er is geen gebrek aan goede modellen voor hoe je een lastig gesprek voert met een medewerker.

Radical Candor. Geweldloze Communicatie. Psychologische veiligheid. Ze zijn allemaal gebouwd op hetzelfde idee: eerlijkheid en zorg sluiten elkaar niet uit. Je kunt iets moeilijks zeggen omdat je om iemand geeft, niet ondanks dat.

De meeste managers die moeite hebben met lastige gesprekken, weten dit al. Ze hebben de boeken gelezen. Ze hebben de training gevolgd.

Maar kennis van het model verandert op zichzelf weinig. De echte verschuiving gebeurt wanneer je jezelf gaat zien als iemand die beide kan.

Daar stopt de meeste training te vroeg. Ze leert de techniek. Ze slaat het identiteitsgedeelte over. Voor organisaties die dit structureel willen aanpakken, is een leiderschapsprogramma gericht op echte gedragsverandering een logische stap.

Hoe voer je een lastig gesprek met een medewerker: begin bij jezelf

Het gesprek begint niet in de vergaderkamer. Het begint in hoe je naar jezelf kijkt.

Als je meer aan de empathische kant zit: die feedback die je al een tijdje uitstelt, is geen bedreiging voor wie je bent. Het is een uitdrukking ervan. Je zegt iets omdat je wil dat deze persoon groeit, succesvol is, niet over zes maanden verrast wordt.

Als je meer aan de directe kant zit: een probleem benoemen doe je al goed. De upgrade zit in hoe je het doet. Je spreekt alsof je praat met iemand voor wie je het beste wil.

In de leiderschapsbegeleiding die ik doe met managers en leidinggevenden, is dit een van de meest terugkerende patronen. Niet “hoe zeg ik dit.” Maar “wie wil ik zijn als ik dit zeg.” Voor leidinggevenden op directieniveau is executive coaching een logische verdieping van datzelfde werk.

Zodra dat verschuift, wordt het echte gesprek een stuk eenvoudiger.

Een praktisch beginpunt

Denk aan één gesprek dat je al een tijdje uitstelt. Er is er waarschijnlijk een.

Stel jezelf, voor je bedenkt wat je gaat zeggen, één vraag: welk verhaal over mezelf bescherm ik door dit gesprek niet te voeren?

Die vraag alleen al opent iets.


Benieuwd of dit bij jou past? Plan een gratis kennismaking. Geen verplichtingen.