De meeste executives maken één grote strategische fout.

Incompany Management Trainer | David Buirs

De meeste executives maken één grote strategische fout.

Strategie voor executives is een vaardigheid die de meeste directeuren nooit expliciet hebben geleerd. David Buirs werkt vanuit de regio Amsterdam met directeuren en senior leidinggevenden aan strategisch denken en heldere keuzes. Dit artikel laat op basis van Richard Rumelts Good Strategy, Bad Strategy zien waar de meeste strategieën misgaan en welke vier bouwstenen wel werken.

De meeste strategieën die directeuren, directies en MT's maken, hebben één probleem. Het zijn geen strategieën.

Het zijn wensenlijsten. Doelstellingen verpakt in mooie taal. Een visie. Een paar KPI's. En wat slides over operational excellence, klantgerichtheid en innovatie. Iedereen knikt. Niemand twijfelt. En zes maanden later is er weinig veranderd. Dat patroon zie je overal.

Richard Rumelt schreef er een heel boek over: Good Strategy, Bad Strategy. Pittige analyse, met decennia aan consulting voor wereldspelers achter de rug. Zijn punt laat zich in één zin samenvatten. De meeste strategieën zijn verlanglijstjes met een professioneel sausje.

Wat dit artikel doet: laten zien wat hij bedoelt, en wat dat voor jou als directeur betekent. Strategie voor executives begint bij begrijpen wanneer je iets in handen hebt dat de naam echt verdient.

Een typisch voorbeeld

Stel je een directieoverleg voor. De CEO presenteert de nieuwe strategie:

"We willen marktleider worden door operational excellence te combineren met klantgerichtheid en een innovatieve cultuur. We investeren in onze mensen, versterken onze technologie, en bouwen aan duurzame partnerships."

Klinkt mooi. Het probleem: er staat niets concreets in waar de organisatie morgen iets mee kan.

Wat ontbreekt? Een analyse van wat er werkelijk speelt. Een keuze. Een richting waar je juist niet heen gaat. Een specifiek probleem dat je eerst moet oplossen. Een logica die uitlegt waarom de geplande acties gaan werken.

Wat je hier ziet is een lijst goede intenties. Geformuleerd in de taal die directies verwachten te horen. Soms zelfs verpakt in een slide deck van 80 slides.

Waarom dit zo vaak fout gaat

Strategisch denken is een specifieke vaardigheid die je leert door oefening en begeleiding. Het ontstaat niet vanzelf door 20 jaar in een bedrijf te werken of door slim te zijn.

De meeste directeuren zijn nooit echt getraind in strategisch denken. Ze zijn opgeklommen via operationele resultaten, mensen aansturen, en stakeholdermanagement. Allemaal andere vaardigheden. Een briljante operationele leider kan een matige strateeg zijn zonder het door te hebben. En de organisatie merkt het pas als de markt verandert en de oude reflexen niet meer werken.

Hier ligt tegelijk een grote kans. Omdat zoveel bedrijven geen echte strategie hebben, krijgt de organisatie die het wel doet een serieus voordeel. Niet door slimmer te zijn dan de concurrentie. Door scherper te kiezen.

Dat voordeel is duurzaam. Een goedgepositioneerd product kun je kopiëren. Een lagere prijs ook. Een organisatie die consistent strategische keuzes maakt en doorzet, is veel moeilijker in te halen. De concurrent moet dan niet één ding kopiëren, maar een heel beslissingspatroon.

De vier bouwstenen van echte strategie

Rumelt noemt vier elementen die samen de kern vormen. Mis er één, en je hebt geen strategie.

1. De diagnose

Een eerlijke analyse van wat er werkelijk aan de hand is. Een goede diagnose vraagt dat je kijkt naar de feiten op basis van data, observatie en lef. Voorbij wat je hoopt te zien. Voorbij wat past bij je bestaande overtuigingen.

Een goede diagnose vereenvoudigt. Je benoemt het patroon dat de chaos verklaart. Voorbeeld: "Onze marges dalen al drie jaar. We dachten dat het kwam door de concurrentie. Bij analyse blijkt onze interne complexiteit de hoofdoorzaak. We hebben drie keer zoveel SKU's als nodig."

Dat is een diagnose. Een framing die richting geeft, zonder klagen of verontschuldigen.

2. Het obstakel

Binnen elke diagnose schuilt één centraal obstakel. Het probleem dat je moet doorbreken voordat de rest gaat werken. Rumelt noemt het de crux.

In het voorbeeld hierboven: het echte obstakel zit in de cultuur die elke productmanager zijn eigen lijn laat behouden. De markt is daar slechts een gevolg van.

Een goede strateeg benoemt dat obstakel klip en klaar, zonder omtrekkende beweging en zonder verzachtende formulering. Het obstakel is dit, en verder niets.

3. De guiding policy

Hoe ga je dat obstakel aan? Nog geen actie. Een aanpak. Een richtinggevende keuze die alle latere beslissingen kleurt.

Een goed voorbeeld is Southwest Airlines. Hun guiding policy: wij zijn de goedkoopste, snelste airline voor korte vluchten in de VS. Dat klinkt simpel. Toch sluit het ontzettend veel uit. Geen lange vluchten. Geen business class. Geen maaltijden aan boord. Geen samenwerking met andere airlines voor doorboekingen. Geen hub-and-spoke systeem zoals de concurrenten.

Elke beslissing in de organisatie volgt uit die ene keuze. Welk type vliegtuig kopen we? Welke routes vliegen we? Hoe trainen we ons personeel? Het antwoord ligt steeds besloten in de policy.

Een goede guiding policy doet drie dingen: hij sluit dingen uit, hij geeft helderheid aan iedereen onder je, en hij maakt de volgende stap mogelijk.

4. Coherente acties

Op basis van die policy, een set acties die elkaar versterken. Een handvol bewegingen die in dezelfde richting werken. Geen losstaande projecten. Geen lijst initiatieven die alle kanten op vliegen.

Veel directieagenda's lopen vol met goedbedoelde acties die elkaar tegenspreken. Innovatie versnellen, en tegelijk de kosten besparen. Klantfocus verbeteren, en tegelijk elke afdeling 10 procent inkrimpen. Coherente acties betekent dat je daarin kiest.

De fluff-test

Een snelle check op je eigen strategiedocument. Schrap alle zinnen die voldoen aan minstens één van deze criteria.

Bevatten woorden als synergie, klantgerichtheid, ondernemerschap zonder concrete invulling. Zouden ook in de strategie van je concurrent kunnen staan zonder dat iemand het verschil ziet. Beschrijven wat je wilt bereiken zonder uit te leggen hoe of waarom. Zijn niet toetsbaar, dus je kunt over twee jaar onmogelijk vaststellen of het gelukt is.

Wat blijft er over?

Voor de meeste organisaties is dat een ongemakkelijke oefening. Soms blijft er bijna niets over. Dat is waardevolle informatie. Het betekent dat het strategiewerk nog moet beginnen.

De psychologische laag

Strategisch denken kun je leren. Veel directeuren die het wel onder de knie hebben, lopen alsnog vast. Op iets anders. Op de psychologische lading van echte keuzes maken.

Echte strategie betekent toegeven dat iets niet werkt. Misschien iets waar jij persoonlijk verantwoordelijk voor bent. Het betekent een afdelingshoofd vertellen dat zijn unit kleiner wordt. Een product schrappen waar emotioneel veel inzit. Accepteren dat de aanpak die je drie jaar geleden lanceerde tekort schoot.

Dat soort gesprekken zijn moeilijk. Ze raken aan ego, loyaliteit, identiteit. Veel directeuren ontwijken ze, vaak zonder dat zelf door te hebben. De vage strategie wordt dan een vorm van bescherming. Vaak zonder dat de directeur dat zelf doorheeft.

Hier raakt strategie aan persoonlijk leiderschap. De directeur die intern de moeilijke gesprekken niet voert, kan extern geen scherpe strategie formuleren. Beide vragen dezelfde vaardigheid: durven kiezen, durven benoemen, durven uitsluiten.

Wat je deze week kunt doen

Pak je laatste strategiedocument erbij. Doe drie dingen.

Lees eerst alleen de eerste pagina, en stel jezelf de vraag of een buitenstaander hieruit kan opmaken wat jouw organisatie concreet anders gaat doen.

Zoek dan de diagnose. Welk probleem moet eerst opgelost worden? Als je dat niet binnen één zin kunt samenvatten, ontbreekt het.

Tel ten slotte het aantal expliciete keuzes dat het document maakt. Specifiek de dingen die je bewust niet gaat doen.

Bij veel directies komen die getallen pijnlijk laag uit. Goed. Nu weet je waar het werk ligt.


Voor organisaties die strategisch denken en helder kiezen structureel willen verankeren in het management, is een leiderschapsprogramma een logische stap.

Wil je zelf sparren over de strategie van jouw organisatie, of over hoe je als directeur scherper leert kiezen? Ik werk 1-op-1 via executive coaching met directeuren en senior leidinggevenden die op dit niveau willen ontwikkelen. Plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek via het contactformulier.

AI en de toekomst van leiderschap

EY - Future of Work Event Amsterdam

Recent was ik bij het event "What Can't Be Replaced by AI" op het Amsterdamse kantoor van EY. Gehost door Maarten Lintsen, met scherpe inzichten van Anna van den Breemer-Kleene, Isabel Moll-Kranenburg en Rina Joosten-Rabou.

Ik ging erheen omdat ik gefascineerd ben. Soms een beetje bang, eerlijk gezegd. Het tempo waarin dit veld zich ontwikkelt is duizelingwekkend. En als leiderschapscoach kan ik niet om de vraag heen wat dit betekent voor managers, voor werk en voor zingeving.

Hier is wat ik meenam.

1. De meta-view

Een rode draad in het panel, en in een gesprek na afloop met Marielle Willemse: leiders moeten kunnen uitzoomen. Wegblijven van de AI-tunnelvisie. Kijken naar je strategische doelen, en creatieve manieren vinden om AI voor je te laten werken.

Neem recruitment. Als efficiëntie het enige doel is, automatiseer je cv-screening. Maar cv's voorspellen ongeveer 3 procent van het werkelijke succes in een baan. Sneller, niet slimmer.

De betere vraag: hoe helpt AI je om mensen te vinden die je organisatie kunnen vernieuwen? Gebruik AI om vaardigheden en potentieel te beoordelen. Niet om te tellen hoe vaak iemand "stakeholder management" in zijn cv heeft gezet.

2. Leiderschap en adaptatie

Alleen leiders die zich snel genoeg aanpassen blijven relevant. Dat vraagt om AI-geletterdheid. Niet leren programmeren, wel begrijpen hoe je de technologie strategisch inzet.

En het is jouw taak als leider om experimenteren veilig te maken. Als je team bang is om iets te proberen, stagneert de adoptie binnen je organisatie. Bij angst gebeurt er niks.

3. Van weten naar interpreteren

Kennis verliest in hoog tempo zijn waarde op individueel niveau. AI geeft ons toegang tot collectieve intelligentie. De waarde verplaatst zich van weten naar interpreteren. En naar het stellen van de juiste vragen.

Ondertussen stagneert de productiviteitsgroei in Europa. Hoe zet je AI en agents in om die trend te keren? Geen retorische vraag. Een concrete uitdaging voor elke manager.

4. Cultuur en datagestuurde keuzes

Cultuur is hoe we samen betekenis geven aan werk. Vaak voelt het als ongrijpbaar. AI kan het concreet maken. Wat is je cultuur nu? Welk gedrag past bij waar je naartoe wil? Hoe monitor je voortgang?

Minder gissen, meer weten.

5. Empathie en perceptie

Het gangbare idee is dat AI geen empathie kan tonen. Toch wees een onderzoek uit dat patiënten AI-artsen vaker als empathischer beoordelen dan menselijke artsen.

Eerlijk: een AI heeft onbeperkt tijd, een arts staat onder druk. Maar het zet je wel aan het denken over je eigen menselijke interacties. Hoe vaak krijgt iemand op je werk jouw volle aandacht? Echt? Of kijk je er tussendoor toch even bij op je telefoon.

6. De waarde van menselijke verbinding

Binnen enkele jaren hebben de meesten van ons een persoonlijke AI-agent. Die plant je afspraken, analyseert data, voert taken uit. Mijn voorspelling: in woord, geschrift en beeld zullen ze nauwelijks meer van mensen te onderscheiden zijn.

Wat blijft er dan over dat uniek menselijk is? Volgens mij vooral fysieke ontmoeting. Een echt gesprek. Samen koffie drinken. Iemand in de ogen kijken en aanvoelen wat er onder de oppervlakte gebeurt.

Dat klinkt simpel. Maar het is precies wat veel managers nu al overslaan. Te druk, te veel meetings, snel een berichtje sturen in plaats van even langslopen. Als straks iedereen een AI heeft die efficiënter berichtjes stuurt dan jij, blijft alleen je persoonlijke contact over als jouw werkelijke toegevoegde waarde.

7. Zingeving voorbij productiviteit

Als AI en robots taken sneller en goedkoper doen dan mensen, hebben we nieuwe bronnen van zingeving nodig. Bronnen die niet afhangen van productiviteit alleen.

Dit is niet nieuw. Filosofen worstelen al eeuwen met de vraag wat ons leven betekenis geeft. Het verschil: AI dwingt ons om die vraag eindelijk serieus te nemen. Geen filosofische luxe meer voor in het weekend. Een kernvraag voor je carrière en je team.

Blijf de eigenschappen ontwikkelen die ons menselijk maken. Creativiteit. Nieuwsgierigheid. Empathie. Verbinding. Moed.

8. 2030 en daarna

De impact van AI in het komende decennium zal sneller en groter zijn dan de meesten van ons nu beseffen. Ook ik onderschat het waarschijnlijk.

De vraag is niet of AI ons vervangt. De vraag is of wij ons snel genoeg blijven ontwikkelen om naast die technologie betekenisvol menselijk te blijven.

9. Minder mensen, meer verantwoordelijkheid

Mijn inschatting: bedrijven krijgen de komende jaren minder mensen in dienst. Eén persoon die op de juiste manier AI-agents aanstuurt, bereikt meer dan een heel team zonder AI. Dat geldt voor marketing, voor ontwikkeling, voor analyse, voor finance.

Wat dat betekent voor leidinggevenden? Ook minder. Kleinere teams, plattere organisaties. Maar wel met meer verantwoordelijkheid per persoon. En waarschijnlijk beter betaald, omdat de impact van die ene persoon zoveel groter wordt.

Tegelijk is er een keerzijde. Wie niet meekomt met die ontwikkeling, valt buiten de boot. De middenmoot die zich nu nog kan verschuilen achter een team, heeft straks geen plek meer.

Voor wie wel wil overblijven betekent dit: blijven investeren in jezelf. In je communicatie. In je vermogen om mensen mee te nemen in verandering. In je technologische geletterdheid. En in de menselijke kwaliteiten waar AI niet bij komt: oordeelsvermogen, verbinding, moed.

Wie nu denkt "ik wacht wel even af", verliest de race voor hij begonnen is.

Wat dit betekent voor jou als leidinggevende

Hier zit voor mij de kern. AI legt de lat hoger voor wat je als leider in huis moet hebben. AI neemt het tactische werk over. Wat overblijft, is precies datgene wat goede coaching en begeleiding ontwikkelen.

Echt luisteren. Onder de oppervlakte van een gesprek kunnen kijken. Moeilijke gesprekken voeren zonder weg te lopen. Een visie hebben die mensen raakt. Een team waar mensen zich veilig voelen om te experimenteren, ook met AI.

Dit zijn geen soft skills meer. Dit is je vak.

Wil je dat jouw managers klaar zijn voor de komende jaren? AI-adoptie zit verweven in de leiderschapsprogramma's die ik ontwerp en geef. En het komt terug in de 1-op-1 leiderschapscoaching die ik aanbied aan ambitieuze leidinggevenden. Plan een vrijblijvend kennismakingsgesprek via het contactformulier. Ik vertel je er graag meer over.